0 DAGENAFTELLEN
NAAR EEN
NIEUW BEGIN
Meer info over dit boek,
het congres en de toekomst
van het liberalisme

Hoofdstuk 2

De open economie

Empires of the future will be empires of the mind
Winston Churchill
“Het zou extreem moeilijk zijn om de logica van vriendschap in een economisch model te gieten, en dat hoeft ook niet want iedereen weet dat vriendschap werkt zonder er wiskunde bij te halen. Mensen gedragen zich niet wiskundig, maar filosofisch.”4
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De voorbije decennia hebben we allemaal op de bonnefooi geleefd.
Aan het woord is Tomáš Sedláček, een Tsjechisch econoom die menselijke waarden, ethiek en moraal opnieuw centraal stelt in het economische debat. Sedláček stelt dat we niet zozeer een crisis beleven van het kapitalisme, maar van een ongebreideld manisch-depressief turbokapitalisme. De voorbije decennia hebben we allemaal op de bonnefooi geleefd. We hebben economische groei afgekocht in ruil voor instabiliteit, en de munteenheid waarmee we die ruil realiseerden was schuld.
2
Stephan Renkens reageerde op deze paragraaf.
Onze westerse samenleving heeft, met andere woorden, een selectieve lezing uit de economische recepten van John Maynard Keynes toegepast. Keynes schreef voor dat overheden geld moeten lenen en besteden in tijden van recessie en crisis, om op die manier de vraag naar goederen, diensten en investeringen weer aan te zwengelen. Met de stijgende inkomsten die zo’n economische heropleving vervolgens biedt, kunnen de schulden nadien worden tenietgedaan.
2
Bertrand De Decker en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Eigenlijk heeft het debat tussen economen en tussen politieke strekkingen zich bijna uitsluitend geconcentreerd op de zin en onzin van het eerste luik van de General Theory – op de zin en onzin van een actieve overheidsrol in de economie, en op de dominante factor in zo’n economie (de vraag of het aanbod, investeren of sparen). Dat laatste gedeelte van de operatie, het opzijzetten van begrotingsoverschotten, is het deel uit Keynes’ verhaal dat we gewoonweg zijn vergeten.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

Surplussen? Opzij zetten.

Sterker nog, ook in tijden van economische groei laten we onszelf toe om financiële putten te graven. We zijn afgeweken van de alom gekende Egyptische parabel waarin de farao een deel van het graan geoogst in de zeven vette jaren opzij legt voor de zeven magere jaren. Het probleem is er één van framing: als je over een periode van vijftig jaar lang enkel kan onderhandelen over schulden maken of een evenwicht beogen, dan is je gemiddelde uitkomst altijd een tekort. Ook al staan daar ergens tussenin acht begrotingen in evenwicht: het is een onbegonnen strijd.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De huidige schuldencrisis leidt er volgens Sedláček toe dat de keuze tussen besparen of opnieuw schulden maken eigenlijk niet eens meer een keuze te noemen is:
“Of we nu al dan niet high werden van die drugs, doet er niet meer toe.
Ze zijn op.”
Kortom: je kan geen schuldencrisis oplossen door opnieuw schulden te maken.
Helaas is dat momenteel een noodzaak om landen te stabiliseren en markten te kalmeren, nadat het jarenlang overal ter wereld een vrijwillige beleidskeuze is geweest. Dat moet tot nadenken stemmen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De analyse plaatst ook heel wat vraagtekens bij onze notie van economische groei als zodanig. De vraag rijst namelijk of groei een noodzakelijke voorwaarde moet zijn van de economie die zal verrijzen uit de assen van de huidige crisis, of eerder een gevolg dat mooi meegenomen is. Want als schuldenputten de motor van die groei blijken te zijn, dan doen we eigenlijk niks anders dan steeds maar weer onze welvaart lenen van de volgende generaties. Dat valt moreel niet te verantwoorden.
2
Michaël Marchal en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Sedláček pleit er daarom voor om op Europees niveau terug te grijpen naar de eenvoudige logica van de zeven vette en de zeven magere jaren: lidstaten moeten niet alleen hun begrotingstekorten en hun schuldgraad binnen de perken houden, ze moeten ook verplicht worden om begrotingsoverschotten te maken en geld opzij te leggen als het goed gaat.
6
Hilde Blondeel en 5 anderen reageerden op deze paragraaf.
Er moet met andere woorden een bandbreedte komen waarbinnen het beleid van een overheid past. In economisch slechte tijden mogen de tekorten niet buitensporig oplopen, omdat we anders de problemen doorschuiven naar de volgende generaties. Maar in economisch voorspoedige tijden geldt het omgekeerde principe: dan moet de overheid het geld niet langs deuren en ramen buitengooien, maar het in een toekomstfonds stoppen (zoals bijvoorbeeld in Noorwegen reeds gebeurt).
3
Dante Descamps en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Want zowel politici als belangengroepen bezitten de reflex om de korte termijn voorop te plaatsen. Beschikbare middelen worden al te gemakkelijk ingezet om de kiezer of de achterban te plezieren. Elke overheid, elke minister en elke ambtenaar heeft de onstuitbare drang om zichzelf te bewijzen en onmisbaar te maken, zo stelt de Public Choice theorie van James Buchanan. En dus groeit de overheid gestaag maar zeker vanuit de impuls haar eigen bestaansrecht te vergroten.
2
Dante Descamps en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Het doet wat denken aan die aflevering van Yes Minister waarin het hoofd van de administratie het bestaan van een ziekenhuis met duizend werknemers maar zonder één enkele zieke hardnekkig blijft verdedigen omwille van het positief effect op de werkgelegenheid.

Basse finance

Het interessante aan een jonge generatie economen zoals Tomáš Sedláček is dat voor hen het economische debat als een strijd tussen links en rechts voorbijgestreefd is. Het zijn economen die het gevoel hebben dat binnen hun eigen discipline de slinger te ver is doorgeslagen naar een poging om tot een zuivere positivistische wetenschap te vervellen. Een wetenschap die nota bene louter op basis van cijfers en wiskundige modellen de toekomst van menselijk gedrag probeert te voorspellen. Deze nieuwe strekking economen belichaamt misschien wel wat de Duitse socioloog Ulrich Beck als de tweede fase van de moderniteit beschrijft: ze waardeert de mechanische rede op met nieuwe inzichten in de mens zelf en zet op die manier een nieuwe stap in het vooruitgangsdenken.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De terugkeer van vragen over de ethiek, moraal en rechtvaardigheid van economische instrumenten zet zich in volle kracht door in andere gebieden. Dat is een goede reflex en er is ook een bijzonder goede reden voor. De economische crisis begon namelijk als een crisis van de haute finance. Dat systeemfalen opende de ogen voor het vacuüm dat gaandeweg was ontstaan tussen de bancaire en de reële economie. Maar evenzeer ging het om een vacuüm tussen economie, bankwezen en de politiek als democratische tegenmacht. En dit alles deed heel wat vragen rijzen over ethiek.
2
Arne Stoffels en Christian Floru reageerden op deze paragraaf.
Het valt niet te weerleggen dat de excessen in de financiële wereld gedreven werden door een bijna primitieve drang naar méér, altijd maar méér. Tot op vandaag lezen en horen we steeds meer getuigenissen van mensen uit de bankwereld die dat beeld bevestigen. Tot op vandaag vallen er lijken uit de kast als gevolg van de irrational exuberance en hebzucht.
4
Arne Stoffels en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Maar eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat iederéén op het feestje was uitgenodigd, en dat weinigen de uitnodiging hebben afgeslagen. De vette jaren die we aan het begin van de 21ste eeuw hebben beleefd, blijken achteraf gezien compleet aan de toekomstige generaties ontleend te zijn. Er zijn maar weinig mensen of organisaties die tijdens deze economische rollercoaster vraagtekens hebben geplaatst bij de torenhoge winstmarges, continue dividendenstromen of het zelfzeker verklaarde einde van de boom and bust economie – een economie die nu eens sputtert, dan eens groeit.
1
Dante Descamps reageerde op deze paragraaf.
Als we de context van de bankencrisis wat ruimer bekijken, krijgen we meer inzicht in het samenspel van beslissingen, acties en reacties dat tot de neergang heeft geleid. En dan zien we dat hebzucht wel een belangrijke, maar niet de enige schuldige is.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Overheden, staten en allerlei instellingen hebben gefaald in hun kernopdracht: de vrije markt garanderen.
Ook de overheden, staten en allerlei instellingen hebben gefaald in hun kernopdracht: de vrije markt garanderen. De overheid moet zorgen voor een gelijk speelveld en voor spelregels. Ze moet het spel vrij toegankelijk houden voor iedereen en als een scheidsrechter ingrijpen wanneer het fout gaat. Als een overheid dat niet doet, als ze het rauwe kapitalisme ongemoeid laat, dan neemt het ‘recht van de sterkste’ het over. Dan heb je geen vrije markt meer, maar een gemonopoliseerd gevaarlijk machtsspel waarin de ooievaars de kikkers opeten.
5
Michaël Marchal en 4 anderen reageerden op deze paragraaf.
Banken zijn op korte tijd ontspoord door deregulering en falende overheidscontrole. Terwijl de financiële sector aan een wereldwijde verovering begon, bleef de overheid bovendien op haar eigen “lokale” en traditionele speelveld zitten. In geen tijd begon het “kapitaal” mede dankzij de opkomst van elektronische communicatiesystemen aan een mondiale opmars. Limieten van tijd en ruimte, van landsgrenzen en afstanden, werden aan een nooit eerder gezien tempo overstegen. De democratische controle en politieke regelgeving volgde niet. De regulering van de financiële markten bleef in een nationaal carcan steken. Precies dat heeft later het virale karakter van de crisis aangewakkerd.
6
Manuel Couwet en 5 anderen reageerden op deze paragraaf.
Op die manier zijn de financiële en de politieke crisis onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het monopolie van (financiële) multinationals en falende overheden zijn keerzijden van dezelfde medaille.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Sindsdien is de spreekwoordelijke duivel uit het doosje. Wat men ook beweert, het is onmogelijk om de klok weer terug te draaien. De globalisering is een feit – en de digitalisering ook. De financiële verwevenheid van economieën is een onontwarbaar kluwen. Dat is géén achteruitgang, maar vooruitgang. Anders zouden deze ontwikkelingen niet de vaart nemen zoals ze dat doen. Het is de essentie van economische dynamiek om altijd opnieuw de loopholes te vinden om vrijuit te kunnen spelen. Dat leidt tot aanpassing en verbetering, door trial and error. Maar die fenomenen worden naar de achtergrond gedrumd door de excessen die ontstaan als gevolg van een gebrekkige internationale samenwerking.
1
Herbert Hoornaert reageerde op deze paragraaf.
Ondanks nieuwe inzichten en grondige analyses, blijven overheden en instellingen de fouten opstapelen. Nog steeds gaan ze uit van nationaal eigenbelang in plaats van samen te werken. Nog te veel zien ze zichzelf als gangmaker, in plaats van als platform of scheidsrechter. En meer dan ooit zoeken ze onterecht heil in complexe regelgeving in de hoop de complexe realiteit te kunnen vatten.
Zeker in een complexe en geglobaliseerde netwerkeconomie is het echte probleem vandaag een ongelukkig huwelijk tussen markten en reglementering. Regels zijn statisch en star, markten zijn dynamisch en vloeiend. Regels zijn bijna altijd reactief, markten werken zo goed als altijd proactief. Regels hebben vaak de bedoeling één zichtbaar gevolg van een gebeurtenis in te dijken, maar zorgen er even vaak voor dat andere zaken in gang worden gezet. Waarna de saga herbegint. In een geglobaliseerde wereld is het creëren van complexe en geografisch gebonden regelgeving zoiets als pijltjes gooien op een bewegend doelwit. Je loopt voortdurend het risico iets anders te raken.
2
Arne Stoffels en Steven L. reageerden op deze paragraaf.

Over waarden en het belang van principes

Steeds meer regels bijmaken is bekennen dat je achter de feiten blijft aanhollen. Dat er geen principiële maatschappijvisie meer is van waaruit duidelijke krijtlijnen kunnen worden getrokken. Ja, de wereld wordt complexer. Maar meer regels neutraliseren die evolutie niet. Dat is naïef. Regels dragen net bij aan wat ze verkrampt proberen tegen te gaan: complexiteit. En vaak worden regels opgesteld met een erg beperkte focus op de impact die ze hebben op menselijk gedrag.
2
Eddy De Smedt en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Steeds meer regels bijmaken is bekennen dat je achter de feiten blijft aanhollen.
4
Marc Wajsberg en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Vroeger was de rule of law de maat der dingen. Tegenwoordig is dat de rule of regulation. Principes hebben een langere houdbaarheidsdatum dan regels en zetten een morele grens op scherp. Dat uitgangspunt moeten we heruitvinden in de 21ste eeuw. En dan wel op internationaal niveau. Want daar wringt het schoentje. Financiële markten zijn blind geworden voor landsgrenzen. Regels botsten er net tegenaan. Waardoor er ook geen scheidsrechter was die het hele spel kon overzien.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
We hebben dus méér Europese en internationale politieke samenwerking nodig die de belangen van individuele landen overstijgt. Regelgeving mag geen symptoombestrijding zijn. We moeten opnieuw uitgaan van algemene duidelijke principes die de vrije markt in ere herstellen.
1
Christian Floru reageerde op deze paragraaf.
Geen enkele financiële organisatie mag zo groot of complex worden dat ze een hele samenleving in haar neergang kan meeslepen. Telkens wanneer er een financieel monopolie of oligopolie dreigt, moet worden ingegrepen. Financiële instellingen moeten herstelplannen of afbouwscenario’s voorzien voor als het fout gaat. Normale hefboomratio’s worden de regel en herstellen op die manier de band tussen de financiering en de reële economie. Het gaat er dus om de mentaliteit te keren. Weg van veel kleine regels die onmogelijk het gedrag van grote spelers kunnen beïnvloeden of bijsturen. Opnieuw richting grote principiële regels die duidelijk en afdwingbaar zijn.
2
Michaël Marchal en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Accountability is hierbij het centrale uitgangspunt. Wie de eer wil opstrijken als het goed gaat, neemt ook verantwoordelijkheid als het fout loopt. Dat inzicht verlegt ook de focus van de korte naar de lange termijn en herstelt het gezond verstand op het vlak van verloning. Gouden parachutes of royale opstapregelingen die toplui belonen wanneer het fout gaat, staan haaks op accountability.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Verantwoording en verantwoordelijkheid zijn eigenlijk ethische kwesties. Bankiers leggen beter, net als dokters, een beroepseed af waarmee ze hun belangrijke maatschappelijke rol onderlijnen. Ze moeten dan een breed oriënterend traject volgen om levenslang bij te leren en kunnen op regelmatige tijdstippen worden getest op hun kennis en deontologie – ook door deskundigen uit andere sectoren. Geen enkele bankier mag producten kopen en verkopen die hij of zij zelf niet begrijpt.
2
Manuel Couwet en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
De terugkeer van vragen over de ethiek, moraal en rechtvaardigheid van economische instrumenten zet zich in volle kracht door in andere gebieden. Nergens anders kristalliseert zich dat zo duidelijk uit dan op het gebied van de fiscaliteit – en België is één groot spanningsveld op dat vlak.

De belastingdruk drukken

Hoe goed je ook gegeten hebt in een restaurant, als de rekening te hoog uitvalt, verdwijnt dat goed gevoel als sneeuw voor de zon. Datzelfde gevoel hebben we in ons land over de publieke sector. Die is te duur voor de kwaliteit die hij biedt. En dat voedt een gevoel van onrecht. Want mensen geven de hele tijd het beste van zichzelf, terwijl meer dan de helft van hun verdiensten wordt afgeroomd door de staat.
Het overheidsbeslag – het aandeel van publieke middelen in wat we allemaal jaarlijks produceren en besteden in ons land – bedraagt bijna 55%. Het hoge belastingniveau – de middelen waarmee wij allemaal die overheidsconsumptie betalen – is daarom alleen al een bron van ergernis. Natuurlijk krijgen we er veel voor terug. Gemiddeld leef je de eerste twintig jaar van je leven vooral van de belastingbetaler. Ziek worden hoeft hier niet tot financiële ruïnering te leiden. En onderwijs is voor iedereen toegankelijk.
2
Bertrand De Decker en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Toch staat de boog veel te strak gespannen. Een overheidsbeslag van 55 procent haalt zuurstof weg bij mensen en ondernemingen. Onze overheid wordt steeds complexer, omvangrijker en duurder en maakt ook steeds meer mensen afhankelijk. Dat is een neerwaartse spiraal die we op tijd moeten doorbreken.
2
Eugène De Witte en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
We zouden er daarom goed aan doen een duidelijk doel te stellen, met een timing en de vaste wil om die met alle overheden waar te maken. Laten we het overheidsbeslag tegen 2020 terugbrengen tot onder de 50 procent. Dat moet de vaste ambitie zijn.
7
B C en 6 anderen reageerden op deze paragraaf.
Met zo’n hoge belastingdruk mag het niet verwonderen dat de legitimiteit van zowel ons fiscaal als parafiscaal systeem ernstig op de proef wordt gesteld. Belastingen en bijdragen worden gebruikt om middelen te herverdelen tussen mensen – en zijn dus in essentie een solidariteitssysteem.
2
Marc Wajsberg en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Feit is dat solidariteit niet gedijt in een klimaat van wantrouwen en ondoorzichtigheid. Bijna niemand begrijpt nog alle fiscale regels en uitzonderingen, en een groot deel van de Belgen is niet meer in staat om een belastingbrief zonder hulp in te vullen. Onze fiscaliteit en sociale zekerheid zijn ook een splijtzwam geworden, een bron van nijd en wederzijdse verwijten tussen verschillende lagen, generaties en groepen in de bevolking. En wederom ligt de enorme complexiteit, de bureaucratie en het gebrek aan transparantie aan de basis hiervan.
2
Christian Floru en Jeroen Messiaen reageerden op deze paragraaf.

Sociale zekerheid opnieuw sociaal maken

Ons systeem van sociale zekerheid is een succesverhaal dat stamt uit de vorige eeuw. Het is dan ook in grote mate geënt op het industriële productieproces. Het gaat uit van bijdragen van werkgevers en werknemers en legt daarmee de financiering voornamelijk op de schouders van wie werkt.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Dat is niet erg logisch. De sociale zekerheid beschermt uiteraard tegen situaties die een band hebben met werk zoals bijvoorbeeld de werkloosheidsuitkering, de arbeidsongevallen en het pensioen. Maar gaandeweg zijn er ook tal van andere verzekeringen en premies bijgekomen. De ziekteverzekering bijvoorbeeld, wordt voornamelijk betaald door wie werkt of werk geeft – terwijl we toch allemaal ziek kunnen worden. Ook het kindergeld is oneigenlijk gelinkt aan de lasten op arbeid.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Door tal van bijkomende “verzekeringen” voornamelijk af te wentelen op wie werkt, maken we van arbeid een kostbaarder goed dan goud of kaviaar.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Arbeid is duur en dat zet een rem op onze welvaart. Ook hier is een vicieuze cirkel aan het werk. Hoe meer we arbeid belasten, hoe minder jobs er bijkomen. Hoe minder jobs, hoe meer werklozensteun we moeten voorzien. En dus zijn er opnieuw meer belastingen nodig. Belastingen op arbeid vernietigen dus jobs.
Terwijl het toch anders en eenvoudiger kan. Als we alleen de echte, aan arbeid gebonden risico’s laten dekken door werkgevers- en werknemersbijdragen, maken we het systeem opnieuw transparant, eerlijk en minder duur. Alle andere verzekeringen betalen we dan uit de algemene middelen, omdat we er ook allemaal gebruik van kunnen maken.
3
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
En het zou tegelijk een ideaal moment zijn om alle remmen op arbeid uit het systeem te halen. Als je dankzij subsidies méér verdient door niet of minder te werken, weet je dat het systeem niet langer klopt. Het is ook niet normaal dat iemand die hier een leven lang gewerkt heeft en belastingen heeft betaald, minder krijgt dan wie nog nooit heeft bijgedragen. We zouden er voor alle arbeidsgebonden elementen van de sociale zekerheid – zoals de werkloosheidsuitkering, de arbeidsongevallen of het pensioen - een principe van moeten maken dat wie hier werkt of onderneemt, meer bescherming kan genieten dan wie nooit gewerkt heeft.
4
Helga De Wilde en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
De remmen op werk wegnemen wil ook zeggen afstappen van taboes. Overuren minder strak reglementeren bijvoorbeeld, of nadenken over de arbeidsduur, zowel op jaarbasis als per week. We moeten ook nadenken over goed bedoelde maatregelen met een verkeerd effect. Zo kan sociale bescherming er niet toe leiden dat wie werkt, minder overhoudt dan wie een werkloosheidsuitkering geniet. Ook maatregelen die mensen financieel aanmoedigen om minder te werken zijn een verkeerde keuze.
2
Manuel Couwet en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
En laten we ook loskomen van symbolen. Zo is het objectief een goede zaak om een Belgisch systeem van ‘minijobs’ uit te werken. Daarmee bedoelen we flexibele en betaalbare jobs in arbeidsintensieve sectoren met piekmomenten zoals dat bijvoorbeeld in de Horeca het geval is. In Nederland is een onverwacht vol terras bij mooi weer geen probleem voor een zaak. Je kan daar legaal voor enkele uren helpende handen in dienst nemen. Bij ons zit dat soort werk vaak op de grijze of zwarte markt. Waarom zouden we een systeem zoals dat bestaat voor studentenjobs niet uitbreiden? Gepensioneerden mogen sinds kort onder impuls van liberalen bijverdienen. Waarom moet dat per se in een deeltijds of voltijds contract? Voor veel senioren zullen een paar uur per week of zelfs per maand volstaan. Ze willen bijverdienen als het hen uitkomt, niet omdat het zo moet. Minijobs kunnen ook mensen uit de werkloosheid trekken en uit de armoede houden. Want met elke minijob sprokkel je ervaring en leer je andere mensen kennen. We moeten werkend uit de crisis geraken. Van een leven lang werkloosheid is nog nooit iemand beter geworden.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Gepensioneerden hebben sinds kort, onder impuls van liberalen, de vrijheid om wat geld bij te verdienen bovenop hun welverdiende pensioen.
Voor sommigen staat het wegwerken van remmen op werk gelijk met sociale afbraak. Dat is natuurlijk onzin. Werk is de beste sociale zekerheid. Maar het klopt wél dat ons systeem van sociale zekerheid onder druk staat. Door de vergrijzing bijvoorbeeld, en door de globalisering. Het is gemaakt op maat van een natiestaat, waar een min of meer vast omlijnde groep solidair is met elkaar. Het systeem berust ook op de veronderstelling dat al wie kan, bijdraagt en dat wie krijgt, het echt nodig heeft. Vandaag staan beide pijlers op de helling. Steeds minder mensen dragen bij en steeds meer mensen doen beroep op de sociale bescherming.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Zowel de hervorming van de sociale zekerheid als de fiscale hervorming moeten er dus op gericht zijn om méér mensen aan de slag te krijgen en de middelen beter toe te wijzen aan wie er echt recht op heeft.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Eenvoud brengt op

Onze fiscaliteit is te hoog, en veel te ingewikkeld. In plaats van mensen aan te moedigen om te werken, remt onze fiscaliteit vooruitgang af.
Wie werkt, moet daarvoor beloond worden. Vandaag ben je als belastingplichtige eerder verdacht dan geliefd. De ongenaakbaarheid van de fiscus neemt absurde proporties aan. De fiscale controle heeft meer macht en bevoegdheid dan een speurder in een moordzaak. Zowel je privéleven als je nachtrust zijn niet veilig voor de fiscus, die ook zonder één bewijs of een woord uitleg gedurende maanden beslag mag leggen op computers, rekeningen en informatie. Niemand controleert de controleurs. Een nieuw verhaal over fiscaliteit begint dus met de rechten van de belastingplichtige en de ingesteldheid dat wie belastingen betaalt, respect verdient.
3
Helga De Wilde en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Wie werkt, mag vooruitgaan. Het klinkt eenvoudig, maar de realiteit is anders. Jonge gezinnen hebben het steeds moeilijker om rond te komen met een inkomen uit werk. Zonder financiële steun wordt een eigen huis stilaan een utopie. De berekeningswijze van de personenbelasting remt wie het goed doet sterk af. Nergens ter wereld ben je zo snel “rijk” als in ons land. Dat wil zeggen, “rijk voor de fiscus” die snel en genadeloos met hoge tarieven heel veel afroomt.
6
Caroline van den Donk en 4 anderen reageerden op deze paragraaf.
Bovendien is het fiscale kluwen ondoorgrondelijk en daardoor oneerlijk. Wie de beste fiscalist-specialist kan betalen, draagt de facto de minste lasten. Wie hard werkt en het goed doet, zoekt en vindt de minst belaste weg die steeds vaker buiten de personenbelasting ligt. Dat vergroot de druk voor wie in het systeem blijft zitten en geen andere opties heeft.
1
Peter De Smet reageerde op deze paragraaf.
Vaak weerklinkt de roep om “de minst belaste weg” te sluiten om het systeem overeind te houden. Dat is symptoombestrijding, die uiteindelijk meer negatieve dan positieve gevolgen heeft.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het is niet door met de ene regel sluipwegen in te voeren en met de andere de gebruikers van sluipwegen te beboeten dat je de meerderheid die vaststaat in de file helpt. Je moet de file zélf oplossen. Dat principe moet de basis vormen van een grootscheepse fiscale hervorming voor ons land. Weg van het getouwtrek tussen linkse en rechtse meningen over symptoombestrijding, de blik gericht op het herstellen van de vertrouwensband tussen mensen.
Het wordt tijd om het probleem bij de bron aan te pakken en onze fiscaliteit radicaal te hervormen.
Om opnieuw te beginnen vanaf een wit blad papier.
Dat is op zich een bijzonder nuttige oefening.
Ze stelt ons in staat om na te gaan wat er zou gebeuren met een stelsel dat niet uitgaat van hoge en ingewikkelde, maar van lagere en eenvoudige belastingen.
2
Helga De Wilde en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Zo’n denkoefening kan er als volgt uitzien: als we de personenbelasting kunnen terugbrengen tot twee redelijke tarieven van 25 en 45 procent, met de afschaf van de wirwar aan uitzonderingsmaatregelen, aftrekposten en gunstregimes, terwijl we tegelijkertijd het belastingvrije minimum zouden optrekken tot het niveau van het leefloon, welke effecten zou dat hebben?
6
christian Floru en 5 anderen reageerden op deze paragraaf.
Mensen zouden alvast meer koopkracht hebben en dat is goed voor de economie. Zo’n heldere tariefstructuur zou meteen ook de legitimiteit van het systeem herstellen, en in één beweging ook het vertrouwen tussen mensen en in de overheid. Ook de fraude zou meteen een pak minder zijn. Wie in een rechtvaardige en eenvoudige fiscaliteit alsnog de dans wil ontspringen heeft geen excuses meer. Die kan – en moet – ernstig worden aangepakt. Want die onttrekt zich doelbewust aan een eerlijk en solidair systeem.
2
Herbert Hoornaert en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Deze denkoefening is geen fictie, het zou een streefdoel moeten zijn. Ook in de vennootschapsbelasting, waar wie onderneemt zou moeten kunnen rekenen op een stabiel fiscaal klimaat dat zekerheid en zuurstof geeft. Tegenover grote investeringen zou een contract moeten staan met de overheid, waarin voor een bepaalde periode de garantie telt dat de fiscale lasten niet boven het afgesproken niveau kunnen uitstijgen. In ruil voor het schrappen van subsidies en aftrekposten, kan ook het tarief naar beneden – zeker voor KMO’s. Voor grote multinationals zou – alvast in Europese context – het principe moeten gelden dat belastingen worden betaald daar waar de economische activiteit wordt uitgeoefend. De strijd tegen transfer pricing is de eerste prioriteit.
3
Tim Aerts en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Eenvoud werkt. En het brengt op. Simpele tarieven en systemen vereisen veel minder administratie en minder controle en zorgen voor besparingen voor de overheid. Ze herstellen bovendien het rechtvaardigheidsgevoel van mensen en zorgen alleen al daarom voor minder fraude en meer opbrengsten.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Vrije markten zijn het complexe en interactieve resultaat van miljoenen individuele beslissingen.

De vrije markt

The economy, stupid. Met die campagneboodschap trok Bill Clinton in 1992 naar de verkiezingen. Sindsdien hebben overal ter wereld tal van variaties op die zin de weg gevonden naar publieke debatten over economie. Een gezonde economie is dan ook ontzettend belangrijk. Van alle economische systemen is de vrije markt de beste manier om welvaart en vooruitgang te creëren.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Helaas wordt de vrije markt vaak verkeerd voorgesteld. De jongste decennia wordt de economie gereduceerd tot mechanische of wiskundige oorzaak-gevolgverbanden. Nochtans zijn echt vrije markten niet te reduceren tot een voorspelbaar model.
Vrije markten zijn het complexe en interactieve resultaat van miljoenen individuele beslissingen.
Elk van die beslissingen is veelal gebaseerd op onvolledige informatie. Het zijn rationele en irrationele – soms emotionele - keuzes, steeds gemaakt binnen een context of cultuur en omgeving. Dat maakt vrije markten dynamisch en onvoorspelbaar, maar ook creatief en gericht op vooruitgang. Een goed werkende vrije markt is economisch darwinisme.
Tussen de berichten over groei en recessie door verandert het gelaat van de economie voortdurend. Economie is, zoals professor Johan Albrecht het stelt, een ecosysteem. Door variatie en selectie dendert de trein van ontwikkeling en vooruitgang voort. Dat is geen lineair proces, geen rechte verhaallijn. Er is ook geen echt einddoel.
Joseph Schumpeter was een van de eerste economen die het dynamische karakter van markten opnieuw centraal stelde. Zijn begrip creative destruction illustreerde de opkomst van innoverende ondernemingen ten koste van verouderde sectoren en het verband met economische cycli. Innovatie en wijzigende voorkeuren zijn dus de echte motoren van een vrije markt.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Daarom kan een echte vrije markt nooit gebaseerd zijn op een hiërarchisch model. Ze ontleent haar vluchtigheid en dynamiek aan de miljoenen interacties die van onder uit de vraag een bepaalde richting uit stuwen en op die manier het aanbod vormgeven. En als dynamiek de spil van vrije markten is, dan is dat meteen ook de reden waarom het woordje vrije daar staat. Zonder een vrij te betreden en te verlaten – dus een gelijk – speelveld en zonder de zekerheid dat transacties niet eenzijdig kunnen worden afgedwongen, is een markt niet vrij. Ook het doen nakomen van contracten en patenten, met de bijbehorende rechten en plichten, hoort daarbij. Dat is de sobere maar essentiële rol die voor de overheid is weggelegd.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

De toekomst begint nu

Na vijf jaar crisis tekent zich langzaam maar zeker een nieuwe stap voorwaarts in het vooruitgangsproces af. Die stap heeft alles te maken met de voortschrijdende globalisering en wordt voortgestuwd door de digitalisering. De opkomst van het netwerk als samenwerkingsmodel geeft mensen de kans om opnieuw het kompas te worden waarop de economie vaart.
Het interactieve karakter van het internet laat als het ware het principe van de invisible hand van de Schotse moraalfilosoof Adam Smith toe om op een efficiëntere manier te werk te gaan. De online revolutie zet zich in een sneltreintempo door in alle lagen van de economie. Vrij initiatief en burgerengagement leven opnieuw op. Een drempelloze samenwerking tussen vrije individuen wordt opnieuw de basis van welvaartscreatie en vooruitgang.
Om te begrijpen hoe fundamenteel de waardeverhoudingen op hun kop worden gezet, volstaat het om te kijken naar de basiscomponenten van een economie. Arbeid en kapitaal hebben gedurende twee eeuwen de machtsstructuren van de economie bepaald. Ze groeiden uit tot een klassieke breuklijn, tot spanningsvelden.
1
Manuel Couwet reageerde op deze paragraaf.
Gaandeweg groeide het besef dat er een schakel was die de verhoudingen tussen én de opbrengsten van beide inputs grondig kon veranderen. Die schakel is innovatie. Innovatie berust op menselijke kennis en creativiteit. Twee cruciale elementen waar niemand een monopolie op heeft. Meer dan ooit is de mens, zoals Julian Simon het stelde in zijn gelijknamige boek, the ultimate resource.
De mens is de economie. En menselijk kapitaal is nog nooit zo verbonden geweest met de notie van sociaal kapitaal als nu, onder meer dankzij de opkomst van netwerken.
2
Jo Robbelein en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Meer dan ooit is de mens, zoals Julian Simon het stelde in zijn gelijknamige boek, ‘the ultimate resource’.
1
Marc Fonteyne reageerde op deze paragraaf.

De netwerksamenleving

De kostprijs van een eerste cultureel of informatieproduct (een cursus, een film, een liedje, een e-book) is hoog, maar de bijkomende kostprijs voor elke kopie5 is vrijwel nihil – zeker digitaal. Dat is de aanleiding geweest tot een fenomeen dat we razendsnel om ons heen zien grijpen: the sharing economy.
De waarde van een digitaal product is niet zozeer afhankelijk van wat het kost om het te maken. De waarde ontleent zich – naast het intellectuele eigendomsrecht - aan het netwerk van individuen waarbinnen het wordt gedeeld en hoe gemakkelijk of hoe moeilijk het voor mensen is om deel te kunnen uitmaken van dat netwerk. Precies dat is de kern van de competitie op basis van platformen en op basis van toegangsrechten tot die platformen. Precies dat is ook de kracht van sociale netwerken.
De waarde van een netwerk stijgt naarmate het aantal leden van zo’n netwerk toeneemt - als slechts één persoon een telefoon zou hebben, dan heeft die telefoon geen nut, want er is niemand om naar te bellen6. Bij elke extra persoon die zich een telefoon aanschaft die op eenzelfde netwerk is aangesloten, stijgt de waarde en het nut van dat netwerk voor iedereen die er op is aangesloten. Het is precies de reden waarom bedrijven inspelen op het gevoel van mensen om tot een stam, een tribe, te behoren.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Door mensen gedreven netwerken zetten de hele economie op zijn kop. Door onbaatzuchtig aan online encyclopedieën zoals Wikipedia mee te werken, of aan de verdere ontwikkeling van open software zoals Linux en Drupal, tonen mensen dat geld niet het enige is wat hen in beweging brengt. In de plaats komt een veel bredere vorm van welbegrepen eigenbelang. Niet voor niets geeft Yochai Benkler zijn werk dat dit fenomeen in kaart brengt met een duidelijke knipoog de titel Wealth of Networks mee.
2
F. Matthysen en Joost Germis reageerden op deze paragraaf.
Nadat hij intensief onderzoek had gedaan naar verschillende vormen van belangeloze samenwerking op het internet, begon Benkler vervolgens te graven naar de dieperliggende verklaringen daarvoor. Dat bracht hem in zijn laatste boek bij de nieuwste inzichten in de gedragswetenschappen, zoals de psychologie, biologie, antropologie en de relatief nieuwe tak van de gedragseconomie.
Ondernemingen moeten hun macht delen met de geëngageerde consument.
Wat Benkler aantrof is dat mensen er ontegensprekelijk meer toe neigen om met elkaar samen te werken. Meer dan we altijd vermoedden, alleszins – ook als het niet meteen in hun eigen belang is. Zelfs nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in de studie van onze genen wijzen in de richting van een door de natuurlijke selectie bevoordeelde aanleg tot samenwerking bij individuen.
2
Manuel Couwet en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Als deze inzichten worden bevestigd, dan heeft dit heel wat gevolgen voor de veronderstellingen waar zowel politici, overheden als particuliere instellingen van uitgaan bij het uitstippelen van acties. Misschien hebben we al die tijd een te negatief beeld op het menselijk gedrag gehandhaafd. Onze systemen berusten op centralisatie. Op controle. Op een verticale hiërarchie. Op wantrouwen. Op eenzijdige communicatie.
Maar eigenlijk moet het helemaal andersom.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

DIY – Do it yourself

Mensen laten zich niet meer in sociale klassen opsluiten. Ze vormen hun eigen identiteit op basis van de relaties die ze aangaan, de vriendschappen die ze sluiten, de netwerken die ze opstarten met mensen die ze interessant en waardevol vinden. Mensen kiezen als vrije individuen zélf hoe en met wie ze samenwerken. En dat wisselt voortdurend. De interactie tussen mensen is ook onmogelijk nog op te delen in lichamelijke versus denkarbeid. In de netwerkeconomie zijn en vormen mensen zelf de toegevoegde waarde van de netwerken waarop ze actief zijn. Niet met kapitaal. Niet met handenarbeid. Maar met hun brein. Op die manier bekeken zijn de verschillende statuten voor arbeiders, bedienden en ambtenaren vooral een gênant anachronisme, waar best heel snel komaf mee wordt gemaakt.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Mensen zijn al lang geen passieve consumenten meer. Ze bepalen steeds vaker zélf wat bedrijven ontwikkelen en op de markt brengen. Ze krijgen steeds meer macht en lijken niet van plan die ooit opnieuw af te staan. Het is de evolutie van mass consumption naar mass customisation. De nieuwe smaak van chips wordt door de klant gekozen. Als een bedrijf als Facebook diensten betalend wil maken of afsluit, reageert de community meteen en draait ze beslissingen terug. Op Threadless.com kan iedereen een design en patroon voor T-shirts naar de website uploaden. Daarna kunnen bezoekers reageren en stemmen. Men weet precies wat de potentiële markt voor welk model is. Mismatches tussen vraag en aanbod verdwijnen als sneeuw voor de zon.
1
wim vanobberghen reageerde op deze paragraaf.
Mede door de voortschrijdende digitalisering en de 3D-printrevolutie is het mogelijk om alles op maat van persoonlijke voorkeuren te maken. Op het blikje van je frisdrank staat je naam in de kleuren van het merk. Knuffelberen worden in de winkel naar de persoonlijke voorkeur van kinderen gemaakt. Goed geïnformeerde mensen weten zelf wat ze willen, én niet willen. Het gaat al lang niet meer alleen over onschuldige of vrijblijvende zaken, maar ook over meer fundamentele issues, zoals modeketens die onder druk komen te staan omdat hun kledij door kinderen aan de andere kant van de wereld gemaakt worden. En de digitale industrie moet steeds beter verantwoorden waar grondstoffen vandaan komen en in welke omstandigheden ze worden gewonnen.
Heel wat ondernemingen hebben alvast goed begrepen dat oude structuren afgedaan hebben en dat ze de macht voortaan moeten deel met de geëngageerde consument. Maar ze beseffen tegelijkertijd dat de kracht van hun eigen organisatie óók bij mensen ligt – bij de eigen medewerkers. Precies daarom schuiven decentralisatie en allerlei aanmoedigingen voor spontaan werknemersinitiatief langzaam maar zeker op het voorplan. Bij Google mag bijvoorbeeld iedereen die er werkt 15 procent van de werktijd besteden aan een zelf gekozen project.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

Allemaal ondernemend

De verschuiving van consumentisme naar prosumentisme (het samengaan van produceren en consumeren) schudt niet alleen de machtsverhoudingen danig door elkaar. Ze zorgt er ook voor dat voorheen eerder passieve consumenten op een spontane manier beginnen te proeven van het ondernemerschap. Mensen zoeken naar manieren om hun ideeën te verwezenlijken. Ze gaan op zoek naar anderen die daarbij willen helpen. En dan gaan ze er gewoon voor. Dat is uiteindelijk de essentie van entrepreneurship.
Bij ons heeft het ondernemerschap misschien nog wel de hardste klappen gekregen als gevolg van foute besluiten uit de crisis en de perceptie ten opzichte van risico die ze heeft gecreëerd. Wie onderneemt, wordt nogal gauw over eenzelfde kam van hebzucht en egoïsme geschoren. De woede en verontwaardiging over een uit de hand gelopen financieel systeem richt zich onterecht op al wie het vrij initiatief koestert. Dat is de wereld op zijn kop.
Zeker in tijden van crisis hebben we méér ondernemerschap nodig. Niet in een enge, maar wel in een heel brede betekenis: initiatief nemen, naar oplossingen zoeken en de handen uit de mouwen steken. Ondernemen is géén statuut, het is een way of life. Zeker in de nieuwe economie zijn we allemaal ondernemend – en dat is een heel goede zaak, of het nu gaat om klein of groot.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het stigmatiseren van ondernemerszin is niet alleen onterecht, het is ook bijzonder dom. We zetten onze toekomst op het spel als we opgroeiende generaties het signaal geven dat ondernemen een kwaal zou zijn, of een bedreiging voor de samenleving. Wie ondernemend is, creëert maatschappelijke meerwaarde voor zichzelf en voor anderen7. Ondernemerschap is dus ook en vooral een vorm van sociaal engagement.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
We hebben meer durf nodig en zouden het recht om te falen moeten koesteren. Enkel door fouten te maken komen mensen dichter bij oplossingen. Alleen wie niets doet, kan ook niets fout doen. Risico en vrij initiatief zijn de essentie van vooruitgang. De bankencrisis heeft ons met een trauma opgezadeld over het nemen van risico. Maar het is niet de paniek om onzichtbare grote risico’s die onze houding moet bepalen, wel het besef dat we kleinere risico’s moeten omarmen om met vallen en opstaan vooruit te gaan.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
We hebben meer durf nodig en zouden het recht om te falen moeten koesteren. Ondernemerszin stigmatiseren is bijzonder dom.
1
Yves Blancquaert reageerde op deze paragraaf.

Globalisering werkt

Globalisering maakt van de wereld een metanetwerk. Het is een koepelnaam voor wat werkelijk de opkomst is van een wereldbevolking die voortdurend met elkaar in verbinding is en op een massale schaal van tijd en ruimte ideeën creëert, deelt en verzilvert.
Globalisering stopt niet als bepaalde landen om conservatieve, nationalistische en protectionistische redenen proberen om de geografische, technologische of handelsgrenzen af te sluiten. Daarvoor is de geest al te lang uit de fles. De uitwisseling van goederen en diensten in een stabiel en rechtvaardig klimaat is de grootste motor voor vooruitgang. Precies daarom neemt vrijhandel altijd weer de bovenhand8.
1
Bram Hosten reageerde op deze paragraaf.
Ooit oppermachtige rijken hebben de keerzijde van de medaille gekend. Circa 1420 na Christus was niet Europa of het Amerikaanse continent maar wel het Chinese vasteland in volle bloei. Het kende welvaart, accumuleerde kennis en schonk de wereld heel wat baanbrekende wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen. Zo rond die tijd bouwden de Chinese heersers een reusachtige vloot – een tienvoud van de vloot die Christoffel Columbus naar Amerika zou leiden – om onder leiding van Zheng He de rest van de wereld te ontdekken.
De vloot keerde na een lange reis, langs onder meer het Afrikaanse continent, terug met exotische planten, dieren en rijkdommen. En toch waren de Chinezen teleurgesteld. Was dat alles wat de wereld buiten hun eigen grenzen te bieden had? Nadien koos China opnieuw voor geslotenheid. De gigantische schepen werden verbrand, de reisverslagen vernietigd. Het werd zeelieden verboden nog ontdekkingsreizen te ondernemen. China zou in een 500-jaar durende periode van economische en technologische stagnatie terechtkomen9. Pas op het einde van de twintigste eeuw zou China stap voor stap dat zelfgekozen isolement terugdraaien. Al dreigt het gebrek aan respect voor mensenrechten, voor het milieu en voor het zelfbeschikkingsrecht van hun burgers de opmars van deze nieuwe kolos te ondergraven.
Een netwerk wordt sterker als het er in slaagt steeds meer waarde te hebben dan de som van alle delen ervan.
2
Arne Stoffels en klaas de roo reageerden op deze paragraaf.
Met één hersencel schieten we weinig op. Met talloze hersencellen die niet met elkaar communiceren ook niet. Ons brein is juist zo krachtig en uniek door de vrijwel onpeilbare wisselwerking tussen miljarden hersencellen. Globalisering werkt op precies dezelfde manier. Een netwerk overleeft en wordt sterker als het er in slaagt steeds meer waarde te hebben dan de som van alle delen ervan. Dat is de reden waarom globalisering niet kan teruggeschroefd worden. Omdat het wérkt. En omdat het door individuele beslissingen wordt voortgedreven. Daarom zorgt globalisering achter de schermen voor ingrijpende veranderingen in samenlevingen. Maar dan moeten we ons ook echt volledig openstellen voor globalisering en de effecten ervan.
1
Michaël Marchal reageerde op deze paragraaf.

Zeeschildpadden en Mexicaanse Libanezen

Migratie en globalisering gaan hand in hand. De veranderingen die zich in, tussen en door de migratiestromen manifesteren tonen aan hoe transformatie door de mens en zijn veerkracht gedreven worden. En in tegenstelling tot wat sommigen beweren, leveren ze de samenleving als geheel bijna altijd meer vooruitgang dan problemen op – wat op zijn beurt leidt tot verdere vooruitgang.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De connotatie die we het begrip immigratie toebedelen is vaak negatief. Deels komt dit omdat we vatbaar zijn voor het wij-zij denken en deels omdat immigratie nu eenmaal onvermijdelijk voor botsingen zorgt. We zien de moeilijkheden die we hebben om in alle verscheidenheid samen te leven. We zien de gelukszoekers en denken aan goedkope werkkrachten die onze jobs afnemen of op zijn minst de lonen onder druk zetten. We zien deze vorm van immigratie als de standaard: eenrichtingsverkeer van arme naar rijke landen. Maar het is slechts één zijde van de medaille.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De andere kant van de medaille is dat de zoon van een Keniaanse immigrant nu president is van de Verenigde Staten van Amerika. Dat de rijkste man ter wereld, Carlos Slim, een Libanese immigrant is die in Mexico een gigantisch telecommunicatie-imperium uitbouwde en ook 8 procent van de aandelen van de krant de New York Times bezit. Dit is de andere kant van immigratie, een kant die zich nauwelijks één generatie later laat zien. Het is die kant die we ook in België zien, nu een kind van Italiaanse migranten zich heeft opgewerkt tot eerste minister van het land.
Slim, Di Rupo en Obama zijn misschien opvallende uitzonderingen. Maar het opengaan van de wereld en de voortschrijdende globalisering heeft de aard van immigratiestromen in elk geval sterk beïnvloed. Het is al lang geen eenzijdig en louter negatief verhaal meer. Dat is het eigenlijk ook nooit geweest.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het aandeel hoogopgeleide migranten neemt bijvoorbeeld snel toe. Deze migranten omarmen het avontuur in een ander land maar behouden ook een innige band met hun land van herkomst. Ze hebben vaak geen andere keuze dan zich twee culturen eigen te maken. Daardoor ontpoppen ze zich sneller tot bruggenbouwers en hebben ze een goed ontwikkeld gevoel voor internationale handelsopportuniteiten. Deze migranten dromen ervan om na hun studies terug te keren naar huis om er een zaak te starten. Net als bijen die van bloem tot bloem gaan zorgen zij voor economische, technologische en culturele kruisbestuiving. Ze trekken bij hun terugkeer naar hun opkomende landen mee aan de economische kar.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Zeeschildpadden.
Zo worden hoogopgeleide burgers die terugkeren naar China genoemd.
Sea turtles, zeeschildpadden, zo worden teruggekeerde hoogopgeleide burgers in China bijvoorbeeld genoemd. Zij lopen voorop in de economische ontwikkeling van hun land, en hebben een enorm aandeel in de stijgende welvaart. Maar het zijn ook deze zeeschildpadden die elders hebben gezien tot wat open samenlevingen in staat zijn. Nu nog weifelend en ongeorganiseerd, maar later beslist met meer zelfzekerheid en een duidelijke agenda, zullen zij de druk op de Communistische Partij opvoeren met eisen voor meer openheid en democratie.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Talloze hoogopgeleide Indiërs ruilen dan weer hun job in de VS of Engeland om voor een nieuw ondernemend avontuur in hun thuisland. Ze zijn er allemaal op gebrand om mee te helpen aan welvaartscreatie in eigen land. Als pessimisten gewagen van een brain drain, dan moeten zij beseffen dat de sea turtles en de Indiërs bewijzen dat het vaak gaat om brain circulation.
1
Johan Jacobs reageerde op deze paragraaf.

Moeite met migratie?

Helaas heeft migratie bij ons dus vooral een negatieve bijklank. We hebben het moeilijk met nieuwkomers en gaan te weinig spontaan om met diversiteit.
Dat ligt in onze natuur, het is in onze hersenen ingeprent. Als we geconfronteerd worden met iets onbekend, plooien we vaak instinctief terug op onszelf. Wat we kennen en herkennen, stelt ons gerust en tevreden. Wat anders is, maakt ons in eerste instantie angstig en onzeker.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Onze ‘natuurlijke’ aanleg om het onbekende af te wijzen of om verschillen uit te vergroten, is slechts één element van onze negatieve houding tegenover immigratie. Het verklaart niet alles. Andere samenlevingen hebben opmerkelijk minder moeite met wie er anders uit ziet, een ander geloof heeft of er een andere cultuur op na houdt. Dat zien we bijvoorbeeld in landen met een lange migratietraditie. Het bewijst dat culturele verandering de bovenhand kan nemen op eeuwenoude reflexen, ook al gaat zoiets niet zonder slag of stoot.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Bovendien is het gewoon ook ontzettend moeilijk om in verscheidenheid samen te leven. Zeker op plaatsen waar mensen kort bij elkaar leven, zoals in grote steden bijvoorbeeld, zijn confrontaties de regel en vraagt het overwinnen van verschillen bijzonder veel inspanning en engagement. Zonder goede afspraken gaat het fout.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Een naïeve politiek van open grenzen leidt tot sociale catastrofes en oneerlijke concurrentie. Geen enkel land kan alleen een immigratiegolf aan. Daarom maken we regels en houden we er ons aan. Daarom worden asielprocedures korter en duidelijker. Omdat zekerheid geven menselijker is dan mensen aan het lijntje te houden of valse hoop te geven. Een goed asielbeleid is zowel streng als rechtvaardig.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Een naïeve politiek van open grenzen leidt tot sociale catastrofes en oneerlijke concurrentie.
Er is ook meer samenwerking nodig binnen Europa maar ook – en steeds meer - met de rest van de wereld. De stap naar een Europese – en vervolgens ook mondiale sociale zekerheid is broodnodig en onafwendbaar. Want de solidariteit staat onder druk. Open grenzen zonder bijhorende regels zetten onze sociale verworvenheden onder spanning. Schijnzelfstandigen, oneerlijke concurrentie of sociale dumping zorgen voor spanningen in een samenleving. En dus komt het er op aan om op onze strepen te staan.
Dat doen we ook wanneer we botsen met andere gewoonten of levensstijlen. We gruwelen bij de gedachte dat de scheiding tussen kerk en staat niet voor iedereen vanzelfsprekend is. We revolteren als de gelijkheid tussen man en vrouw in vraag wordt gesteld. Na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog hebben we in het Westen een enorme culturele vooruitgang geboekt: mensenrechten, vrouwenrechten, kinderrechten, holebi-rechten en sinds kort ook dierenrechten nestelden zich in ons moreel en politiek bewustzijn. Het zijn revolutionaire inzichten, die zichzelf vooruit duwen. Ze zijn het onlosmakelijke gevolg van wetenschappelijke ontwikkeling en morele vooruitgang.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Diversiteit is moeilijk, er zijn heel wat samenlevingsproblemen, het islamextremisme schrikt af, we zijn geen immigratieland en we hebben gedurende jaren een falend beleid gevoerd. Om al die redenen zijn de ‘Slims’ en ‘Obama’s’ bij ons nog eerder de uitzondering dan de regel.
1
Manuel Couwet reageerde op deze paragraaf.
Nergens ter wereld ben je zo lang “allochtoon” als hier. Wie solliciteert met een vreemde naam lijkt bij voorbaat kansloos. En nieuwkomers worden op school te gemakkelijk in het watervalsysteem geduwd. Voor elke Di Rupo zijn er vandaag duizenden migranten die zonder diploma van school gaan of niet aan de slag geraken op de arbeidsmarkt. Dat is een regelrechte schande waarvoor we te lang de ogen hebben gesloten. Alleen al om die reden zouden we de inschrijvingsplicht vanaf de kleuterschool moeten invoeren. Om alle kinderen de kans te geven om zo snel mogelijk onze taal te leren. Dat geldt uiteraard niet alleen voor wie hier nieuw is. Iedereen die arm is of in een onstabiele omgeving moet opgroeien, kan de structuur en stabiliteit van een school gebruiken. Misschien moeten we daarom – bijvoorbeeld in steden – meer inzetten op voor- en naschoolse opvang, op specifieke begeleiding van probleemjongeren en op warme schoolmaaltijden. Omdat je van een lege maag alleen ellendiger wordt.
2
Manuel Couwet en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Als we geloven in vooruitgang, is het tijd om het negatieve beeld te keren.
Volgens Amy Chua worden samenlevingen groot dankzij tolerantie en open markten. Als samenlevingen daarentegen ten onder gaan, hangt dat bijna altijd samen met intolerantie en met gesloten grenzen. In haar boek Day of Empire argumenteert ze dat diversiteit, kruisbestuiving en vreedzame concurrentie essentiële ingrediënten zijn voor vooruitgang. De mate waarin een samenleving er in slaagt aantrekkingskracht uit te oefenen op de grootste talenten en genieën van de wereld, weerspiegelt haar toekomst en potentieel.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Alleen al om die reden doen we er goed aan om de idee van een open samenleving hoog in het vaandel te dragen. Om minder verkrampt om te gaan met diversiteit en om het debat over economische migratie - waarmee we ook economisch sterker kunnen worden – zonder taboes aan te gaan.
Migratie is een economische factor. Alle migranten samen hebben met de middelen die ze naar huis sturen bijvoorbeeld tien keer meer impact op de economische ontwikkeling van opkomende continenten dan klassieke ontwikkelingshulp. Dat moet tot nadenken stemmen. Misschien moeten we de redenering omdraaien. Misschien moeten we minder verkrampt reageren op immigratie en de voordelen van economische migratie onderzoeken.
5
Jo Robbelein en 4 anderen reageerden op deze paragraaf.

Het einde van de taboes

Laten we tegelijk ook afstappen van een beleid op ontwikkelingssamenwerking dat vooral ons geweten sust maar amper resultaten boekt. Wat meer in mensen hier investeren, en wat minder in ons geweten ginder leidt bizar genoeg zowel in ontwikkelingslanden als bij ons tot betere resultaten.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Volgens de Zambiaanse econome Dambisa Moyo gaat er van ontwikkelingshulp geen enkele prikkel uit. Sterker nog, het werkt volgens haar zelfs averechts. In haar boek doodlopende hulp houdt Moyo een pleidooi om de subsidiegeldstromen naar Afrika stop te zetten en te vervangen door meer handel. Stilaan bewijst de crisis haar gelijk. Nu de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking wereldwijd krimpen, wordt Afrika op zichzelf teruggeworpen en moet het zichzelf redden. Dat is geen drama, want Afrika heeft de mogelijkheden. Er zijn mineralen, er zijn mensen en er is landbouwgrond. Afrikaanse landen geven nu staatsobligaties uit en door de contacten met China kan je nonstop door het continent rijden op een weg die geasfalteerd is. In ruil voor die investeringen bouwt China haar strategische grondstoffenpolitiek verder uit, terwijl wij zijn blijven steken in een politiek van postkoloniaal schuldgevoel.
2
Jo Robbelein en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Uit cijfers van het IMF blijkt dat zeven Afrikaanse economieën de volgende vijf jaar heel snel zullen groeien. Het gaat om Ethiopië, Mozambique, Tanzania, Congo, Ghana, Zambia en Nigeria. Deze landen zetten groeicijfers van 7 à 8 procent per jaar neer, een prestatie waar westerse naties tegenwoordig alleen maar kunnen van dromen. Moeten we daarom nu alle ontwikkelingshulp helemaal stopzetten? Neen. Maar het zegt wel iets over de resultaten die kunnen bereikt worden met een goed gecontroleerde vrije marktwerking. Daarmee kan het Afrikaanse continent meer bereiken dan we allemaal ooit dachten. Het baat niet om Afrika louter aan een hulpinfuus te leggen. Want het wordt het continent van de toekomst, voor zover het gevrijwaard blijft van etnisch en religieus geweld dat bijvoorbeeld Soedans economische motor op non-actief houdt.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Digitaal als het nieuwe normaal

Het is verbazingwekkend hoe relatief weinig een van de grootste omwentelingen van onze tijd ter sprake komt in het politieke debat. Want de online wereld zet zijn voet nu echt wel volop naast de reële wereld. In de krant duiken dan wel af en toe berichten op, bijvoorbeeld over cyberpesten en sexting. Of over het gevaar voor onze privacy die sociale netwerksites vertegenwoordigen. Over beveiliging van gegevens of “phishing”, “skimming” en “pharming” via malafide websites. Maar zelden of nooit is het hele internet, de toekomst ervan, en de impact die dat zal hebben op burgers of naties, de basis voor een publiek debat.
2
Arne Stoffels en Jeroen Messiaen reageerden op deze paragraaf.
De impact van de digitalisering op onze samenleving is even groot als die van de beide industriële revoluties in de vorige twee eeuwen.
1
Joost Germis reageerde op deze paragraaf.
Het internet en de digitalisering zijn een van de grootste drijvende krachten achter de voortdenderende globalisering. De ontwikkeling van “etnische” netwerken en culturele verbondenheid over lands- en continentale grenzen heen werd de voorbije jaren bijvoorbeeld sterk in de hand gewerkt door goedkope communicatiemiddelen over lange afstand zoals Skype, Facebook en Twitter. Het zijn de nieuwste generaties diensten in een van de snelst om zich heen grijpende technologische revoluties ooit. De impact van de digitalisering op onze samenleving is even groot als die van de beide industriële revoluties in de vorige twee eeuwen.
2
Arne Stoffels en Gunther De Leeuw reageerden op deze paragraaf.

Over de regenboog.

De implicaties voor onze samenleving zijn erg diepgaand. We beleven niet meer zozeer de omschakeling van analoog naar digitaal: we hebben ze al achter de rug. De Belg Peter Hinssen stelde in 2010 onomwonden dat “digitaal het nieuwe normaal is”.
Platenfirma’s hebben zich aanvankelijk compleet verkeken op de digitale (r)evolutie.
Dankzij het internet en het gemak waarmee digitaal gecodeerde muziek kan worden gekopieerd, zijn mensen in een razendsnel tempo die muziek gaan delen.
De opkomst en veroordeling van platformen waarop mensen muziek delen – zoals de oorspronkelijke Napster – gaf aanleiding tot een essentiële vraag: maakt het internet klassieke distributeurs en tussenpersonen niet overbodig? Kunnen mensen elkaar niet onderling een vergoeding geven voor de wederzijdse uitwisseling van digitale informatie? En moeten ze dat wel doen? Dit werpt nieuwe en fundamentele vragen op over vrijheid, vertrouwen en de wettelijke omkadering van die principes.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De crisis in de muziekindustrie gaf meteen heel wat stof tot nadenken over eigendomsrechten, toegangsrechten en intellectuele eigendom in een nieuw tijdperk. Een debat dat onze samenleving in toenemende mate zal gaan beheersen. Wanneer iemand informatie consumeert, hoeft diezelfde informatie in theorie niet afgesloten te worden voor iemand anders. Het dilemma krijgt dus vorm rond de vraag of en wanneer meervoudige toegang tot die informatie moet worden ontzegd – en wie dat dan wel mag doen? Tegen welke voorwaarden en - belangrijk - tegen welke prijs binnen een al dan niet betalend model?
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De bekende groep Radiohead ontbond zijn contract met de platenmaatschappij en gooide zijn plaat In Rainbows in 2007 rechtstreeks op het internet10. Frontman Thom Yorke en co vroegen gewoon van iedereen die de plaat downloadde een vergoeding die hij of zij zelf passend vond. Het was maar een eerste experiment in een evolutie die nieuw licht wierp op wat mensen motiveert om online goederen en diensten uit te wisselen. En deze vraag kan niet beantwoord worden vanuit een pessimistische of wantrouwende visie. Enkel vanuit de liberale traditie kan je over de nieuwe uitdagingen over eigendomsrechten en digitale vrijheden passende antwoorden klaarstomen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Is technologie waardenvrij?

De verleiding is groot om het internet en nieuwe technologie op allerlei manieren te gaan interpreteren. Een van die interpretaties zou als volgt kunnen luiden: het internet biedt online vrijheid. Het is een geweldig krachtig platform dat van iedereen en niemand is. Het wordt de nieuwe motor achter de verspreiding van kennis en universeel geldende waarden van vrijheid en gelijkheid. Dankzij het internet wordt het delen van ideeën het vermenigvuldigen van ideeën.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Technologie “empowert” iedereen, met eender welke intenties.
De vraag is: welke ideeën? Voor elke begeesterende YouTube-clip over wetenschap staan er misschien wel vijf opruiende filmpjes op het net. Voor elke breed gedragen online oproep tegen de praktijken van een dictatoriaal regime worden misschien via dezelfde virale communicatietechnieken boodschappen van haat, discriminatie en oproepen tot geweld gedeeld. Technologie “empowert” iedereen, met eender welke intenties. De vrijheid van meningsuiting is op het internet quasi absoluut, althans in vrije landen. Toch beginnen landen hier en daar opruiende en racistische taal op het net te verbieden. Frankrijk probeerde dat in januari 2013 alleszins. Het viseerde daarbij antisemitische en homofobe tweets. Daartegenover staat dat er ook gratis te downloaden programma’s bestaan om dit soort overheidscensuur te omzeilen, zoals Freegate.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Eric Schmidt, die de feitelijke leiding over internetgigant Google heeft, gaat erg ver in het schetsen van wat het digitale tijdperk voor ons in petto heeft. Jazeker, zegt Schmidt, technologie zal ons helpen om ongelijkheid in onderwijs en welvaart uit te vlakken. Innovatie zal een nieuwe kwantumsprong in de gezondheidszorg bewerkstelligen. Mensen genezen en ziektes voorkomen wordt precisiewerk, op maat van een individu. Er komen elke dag toepassingen bij die we uiteindelijk net zo gangbaar zullen vinden als een pacemaker.
Toch heeft het internet ook nadelen. Het vergemakkelijkt bijvoorbeeld industriële spionage. Staten zullen proberen om het internet te reguleren en vormgeven naar hun eigenbeeld – democratisch of autoritair. Dat zal tot nieuwe online vormen van allianties leiden. Tot online protectionisme en de balkanizering van het internet. Tot virtuele vrijhavens voor wie de bescherming van intellectuele eigendom wil omzeilen – vergelijk het met belastingparadijzen. Schmidt acht het perfect mogelijk dat separatistische regio’s eigen virtuele staten zullen oprichten. En Code Wars, virtuele oorlogen op basis van krachtige virussen zoals Stuxnet en Flame, zijn niet te vermijden.
Het ziet er dus naar uit dat het internet niet per se een virtueel paradijs wordt, maar eerder een reproductie volgens de vraagstukken of ideologische breuklijnen die ook in de reële wereld gelden.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Big Brother

Technologie- en telecombedrijven zullen hard moeten werken aan hun veiligheids- en privacy-diensten om het vertrouwen van hun gebruikers – hun echte kapitaal – te behouden. Toen George Orwell in zijn boek 1984 over Big Brother schreef, kon hij wellicht nauwelijks vermoeden hoe zeer zijn toekomstbeeld de werkelijkheid zou benaderen. Toch verschilt die realiteit vandaag op één belangrijk punt met de wereld waarin Wilson Smith, het hoofdpersonage van 1984, zich bevond. Het zijn niet alleen de overheden, maar ook de multinationale ondernemingen die ons meer in de gaten houden dan we zelf beseffen.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Een kabelmaatschappij kan zich op basis van de kijkgegevens een perfect beeld vormen van wie je bent en wat je doet. Porno kijk je dus niet langer stiekem. Er is altijd iemand die weet hoe lang, hoe vaak, wanneer en wat je aan het kijken bent. Tijdens de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten sloot het campagneteam van Obama een overeenkomst met de kabelmaatschappijen. Op basis van de overhandigde digitale gegevens kreeg het team een bijzonder goed inzicht in het profiel van de mensen die de campagne volgden. De boodschap van de president werd vervolgens op dat profiel afgestemd.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Een kabelmaatschappij kan zich op basis van de kijkgegevens een perfect beeld vormen van wie je bent en wat je doet.
Ook aankoop- en getrouwheidskaarten in winkels leveren veel meer informatie op dan mensen kunnen vermoeden. Tekenend is het verhaal van de vader in Milwaukee die bij de supermarkt ging klagen omdat zijn 16-jarige dochter promotiemateriaal kreeg thuisgestuurd voor zwangere vrouwen. Stel je de verbazing voor, toen bleek dat het winkelsysteem op basis van het aankoopgedrag als eerste had ontdekt dat zijn dochter echt zwanger was. Ook sociale netwerksites zoals Facebook bevatten schatten aan informatie. Onderzoekers van de universiteit van Cambridge onderzochten de ‘likes’ van facebookgebruikers en konden op basis daarvan vrij nauwkeurig voorspellen wat hun geslacht, ras, politieke en seksuele voorkeur was.
2
Manuel Couwet en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Eurocommissaris Neelie Kroes, bevoegd voor de digitale agenda, spreekt onomwonden over het ‘nieuwe goud’ als ze het heeft over big data en de open data revolutie. Op de arbeidsmarkt duiken elke dag nieuwe beroepen op met namen als ‘cloud computing engineer’ of ‘big data developer’.
Toch heeft die razendsnelle revolutie ook nadelen en dreigen er ethische risico’s. Een computer heeft immers geen moreel besef en weet niet welke patronen waar zijn of niet. Misschien kocht de dochter in Milwaukee de zwangerschapsspullen voor haar vriendin en niet voor zichzelf. En wat doe je als iemand je identiteit steelt en er online mee aan de slag gaat?
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Een andere dimensie van het debat slaat op niet zo eenvoudig te beantwoorden vragen: leiden technologische snufjes zoals de google-bril, televisiedecoders en auto’s zonder bestuurder tot meer vrijheid, of leiden ze gewoon tot extra comfort in ruil voor minder persoonlijke vrijheid? Tasten slimme camera’s of bodyscans je privacy aan of maken ze de samenleving veiliger? Blijven je digitale sporen levenslang online of zou je het recht moeten hebben om je online verleden te wissen?
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Moeilijke vragen, geen gemakkelijke antwoorden. Dilemma’s voor liberalen. Dilemma’s die beter verdienen dan deterministische antwoorden die voortkomen uit angst en doemdenken. Want de toekomst is open. Het heeft weinig zin om deze enorme digitale uitdagingen aan te gaan door te vertrekken vanuit een negatief mensbeeld. Tenslotte beslissen mensen hoe technologie wordt aangewend, niet omgekeerd. Het internet is, net zoals immigratie, een medaille met twee kanten.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het is aan de mens om er met een kritisch vooruitgangsoptimisme voor te zorgen dat niemand hem of haar de macht ontneemt om aan de knoppen te blijven zitten. Dat geldt zowel voor grote ondernemingen als voor grote overheden. Dat leervermogen hebben we. Die keuze hebben we. En we moeten die voor onszelf leren maken. Anders doen anderen dat voor ons. De digitale revolutie zet de relatie tussen vrijheid en individuele verantwoordelijkheid weer spijkerhard centraal.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De digitale evolutie doet ook op een andere manier naar onderwijs kijken. We moeten mensen leren hoe ze moeten omgaan met informatiebronnen. Kritisch zijn en het vermogen om informatie juist te interpreteren worden levensbelangrijke competenties. Inzicht in de informatiestromen zorgt voor heel wat toegevoegde waarde.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
In elk geval heeft de opkomst van digitale netwerken ook een onderbelicht aspect van de mens aan de oppervlakte gebracht. We delen graag dingen met elkaar. We luisteren ook liever naar elkaar dan naar onpersoonlijke bronnen. We verwerpen strakke hiërarchische structuren en denken horizontaal. En we doen dat allemaal heus niet vanuit een eng gedefinieerd welbegrepen eigenbelang. Steeds meer vinden waarden opnieuw hun weg naar de economie.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Referenties

5. de marginale kostprijs
6. Metcalfe’s Law
8. Acemoglu & Robinson: Why Nations Fail. The Origins of Power, Prosperity and Poverty.
9. Physics of the Future. The Inventions That Will Transform Our Lives. Michio Kaku, pp. 296
Inhoudstafel Lees verder