0 DAGENAFTELLEN
NAAR EEN
NIEUW BEGIN
Meer info over dit boek,
het congres en de toekomst
van het liberalisme

Hoofdstuk 3

Een eenvoudige overheid

You can’t win the future with a government of the past
Barack Obama
1
Tim Aerts reageerde op deze quote.
Tien jaar geleden bestond Facebook nog niet en hing een cloud nog in de lucht11. Google ontstond op 14 september 1998 en werd op nauwelijks 15 jaar tijd een van de grootste bedrijven ter wereld. Apple is ook geen ouderdomsdeken. Het bedrijf werd opgericht in 1976 en stond zelfs al even in nauwe schoentjes tot het in 1996 Steve Jobs terughaalde. Jobs zorgde voor een nieuwe bedrijfscultuur, en was in hoge mate verliefd op één concept: eenvoud.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De opkomst en neergang van bedrijven is een essentiële eigenschap van vrije markten. Ondernemingen die zich niet aanpassen aan veranderende omstandigheden krijgen het vroeg of laat moeilijk. Dat is geen nieuws. De steile opmars van bedrijven als Apple en Google geeft wel aan dat die op- en neergaande golven steeds sneller komen. Het is alsof de hartslag van markten versnelt. Flexibiliteit en wendbaarheid zijn onontbeerlijke troeven geworden voor elke onderneming die succesvol wil blijven dingen naar de gunst van de burger. Geen simpele taak, want in digitale tijden zijn eenvoud en gebruiksgemak de absolute norm. Mensen verwachten ook eenvoudigweg dat alles altijd wérkt.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De opkomst en neergang van bedrijven is een essentiële eigenschap van vrije markten. Ondernemingen die zich niet aanpassen aan veranderende omstandigheden krijgen het vroeg of laat moeilijk.

De overheid ratelt door

Overheden daarentegen veranderen bijna niet. Of toch wel. Ze worden steeds groter en ingewikkelder. Ze worden logger en boeken zelden grote of snelle efficiëntiewinsten. De beroemde schrijver en futuroloog Alvin Toffler had het in Revolutionary Wealth. How it Will be Created and How it will Change our Lives over botsende snelheden. Hij vergelijkt de evolutie van onze samenleving met een snelweg waarop diverse groepen zich voortbewegen.
De snelst veranderende instellingen zijn de bedrijven. Die razen met een snelheid van 160 kilometer per uur voorbij, een snelheid die het gevolg is van hun onderlinge concurrentie. Rechts daarvan rijden de ngo’s, aan 140 kilometer per uur. Dan de gezinnen – 100 kilometer per uur. De vakbonden doen het wat rustiger aan en rijden aan 50 kilometer per uur. De overheden en regelgevende instanties rijden nog slechts 15 per uur. Het juridisch systeem is de hekkensluiter, dat met anderhalve kilometer per uur zo goed als stilstaat.
9
Arne Stoffels en 5 anderen reageerden op deze paragraaf.
Overheden spelen in elk geval bijna nooit in op nieuwe verwachtingen van burgers, zeker wanneer zij in de hiërarchie ver van die burger af staan. Overheden zijn, kortom, een afspiegeling geworden van de groeiende complexiteit van de samenleving, maar hebben het antwoord op die evolutie nog niet ontdekt: dat antwoord heet eenvoud en dynamiek.
2
Hilde Blondeel en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
In de plaats van bijkomende staatshervormingen hebben we daarom de komende jaren vooral staatsvermindering nodig. In een periode van regimewissels en instabiliteit, voorafgegaan door de economische crisis van 1846-1848, schreef de Franse econoom en politicus Frédéric Bastiat in zijn klassieker Rechtvaardigheid en Solidariteit:
1
David Vandenberghe reageerde op deze paragraaf.
“Het zal niet lang duren vooraleer de overheidsfinanciën een volledige chaos zullen zijn. Hoe kan het ook anders als de Staat de taak heeft om alles aan iedereen te verschaffen? De bevolking zal gebukt gaan onder een enorme belastingdruk, de overheid zal lening na lening afsluiten. Na alle middelen van het heden opgebruikt te hebben, zal men die van de toekomst verslinden.”
4
baetens Georges en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Zowel oude als nieuwe conservatieve denkbeelden gaan uit van problemen. Ze gaan uit van wantrouwen voor de mens. Het hoeft daarom niet te verwonderen dat de overheid zich heeft opgeworpen als belangrijkste actor in het maatschappelijk verkeer. Haar verantwoordelijkheden breiden steeds verder uit. In haar utopisch streven naar controle en een risicoloze samenleving richt de overheid ook steeds meer stelsels van verplichte solidariteit op.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

De transfermarkt tussen overheid en burger

Alle zin voor initiatief en verantwoordelijkheid wordt sluipenderwijs naar de overheid getransfereerd. Die transfer valt in één cijfer samen te vatten: 54,4% van het bruto binnenlands product overheidsbeslag. Meer dan de helft van de rijkdom die we allemaal samen produceren wordt opnieuw uitgegeven door de overheid. Over meer dan de helft van wat alle burgers samen produceren wordt dus collectief en opgelegd beslist, niet individueel.
We zitten stilaan vast in een catch-22. Omdat er veel overheid is, betalen we veel belastingen om de overheid draaiend te houden. En omdat we veel belastingen betalen, eisen we ook steeds meer van de overheid, die vervolgens uitbreidt en opnieuw meer middelen vergt.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Het stijgende overheidsbeslag leidt niet alleen tot een steeds hogere belastingdruk maar ook tot een steeds lagere waardering van de dure publieke dienstverlening. Het is het ideale recept, helaas, voor verzuring en ongenoegen.
Omdat onze overheden logge instituten uit de 19de eeuw zijn, reageren ze traag. Ze kunnen maar langzaam de steeds hoger wordende eisen van burgers volgen. De modelstaat is nog bijzonder ver weg. Dat wil zeggen dat het stijgende overheidsbeslag niet alleen leidt tot een steeds hogere belastingdruk maar ook tot een steeds lagere waardering van te dure publieke dienstverlening. Het is het ideale recept, helaas, voor verzuring en ongenoegen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Zeker in tijden van crisis hebben overheden de neiging om te groeien en geld uit te geven12. Maar achteraf worden zelden stappen gezet om die groei terug te draaien. De econoom Robert Higgs beschrijft dat als het ratchet effect. Net als een ratelaar slechts in één richting kan roteren, kan de groei van een overheid niet meer worden teruggedraaid eens dat nodig is.
De uitrol van bureaucratie en overheidsinstellingen wordt onomkeerbaar, wars van efficiëntie of de uitkomst van kosten-baten analyses.
In die zin wordt een overheid elke keer opnieuw met groei ‘beloond’, zelfs al maakt ze fouten. De overheid wordt een zichzelf voedende machine.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De Leuvense socioloog Marc Hooghe ontleedt in een opiniestuk een 21ste-eeuwse variant van die dynamiek. Hooghe wijst erop dat burgers in hun vertrouwde sfeer – op het vlak van arbeid, vrije tijd, consumptie, liefde, … – inmiddels volstrekt geïndividualiseerde keuzes kunnen maken. Zij kijken dan vervolgens naar de overheid om hen soortgelijke, op maat gemaakte regels aan te bieden. En de overheid kan op haar beurt niet aan die vraag beantwoorden. Daar is zij nu eenmaal te statisch voor. En dus neemt de gapende kloof tussen mens en overheid toe.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het onvermogen van overheden om passende antwoorden te vinden op behoeftes van burgers heeft geleid tot het omhelzen van complexiteit. Wars van de kerntaken is de overheid, bijvoorbeeld onder druk van belangengroepen en steekvlampolitiek, steeds vaker gaan inspelen op angsten en onzekerheden. Onze regelgeving berust tegenwoordig op drie onrustwekkende kenmerken: complexiteit, starheid, wantrouwen en véél, heel veel regels.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

Slanker is fitter

Toch kunnen we de ratelaar een halt toeroepen. En zelfs in tegenovergestelde richting doen draaien. Niemand pleit voor een samenleving zonder overheid. Maar de slinger is heel ver doorgeslagen en zet een rem op de ontwikkeling van de samenleving. Het is tijd om het tij te keren en de mentaliteit om te draaien.
4
Mathias Vandenhende en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Dat begint met een gezamenlijk engagement van alle overheden; met de duidelijke ambitie om tegen 2020 het overheidsbeslag terug te brengen tot onder de 50%.
4
Van Grootel Carlo en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Soms zijn kleine stappen van groot belang om de bal aan het rollen te krijgen. Het is heus geen boutade om te zeggen dat iets afschaffen bij onze overheden een moeilijkere klus is dan meer overheid bij te creëren. Toch is de afbouw van overheidsparticipaties in bijvoorbeeld Belgacom, B-Post, de NMBS en de banken onafwendbaar. Ook het besturen van een busmaatschappij als De Lijn is geen overheidstaak en een eigen Vlaams energiebedrijf is al helemaal weggegooid geld.
4
Bertrand De Decker en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
We hebben ook minder politici nodig en minder bestuursniveaus. De Senaat wordt hervormd en in zijn huidige vorm afgeschaft. Dat is een duidelijk signaal – en het betekent een jaarlijkse besparing van 40 miljoen euro. Ook de intercommunales worden uitgedund, al zou dat sneller en meer radicaal moeten gebeuren. Zelfs de provincies moeten expliciet in vraag worden gesteld. Tal van zaken die door deze beleidsniveaus worden aangestuurd, betekenen dubbel werk. De provinciale administraties kunnen aansluiting vinden bij Vlaanderen, of aanhaken bij de takenpakketten van steden en gemeenten. En misschien moet dan ook de schaal van deze dichtst bij de burger staande overheden in vraag worden gesteld. Is een versnippering in 308 steden en gemeenten nog echt van deze tijd? Of zouden pakweg 100 gemeenten ook volstaan?
8
Guido Rosquin en 6 anderen reageerden op deze paragraaf.
Voor tal van gespecialiseerde taken kunnen steden en gemeenten vandaag wel al samenwerken. Maar in Nederland reikt de ambitie verder. Daar staat opnieuw een fusieronde op het programma. Ook ons land mag die kritische denkoefening niet schuwen. We moeten ons durven afvragen hoe we door meer stedelijk te denken en samen te werken, zowel de leefbaarheid kunnen vergroten als de kosten kunnen drukken.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

De Eeuw van de stad

Stedelijkheid is niet alleen een verhaal over efficiëntie. Steden zijn de toekomst. Als de 19de eeuw de eeuw van de natiestaat was, wordt de 21ste eeuw de tijd van metropolen. Langzaam maar zeker verschuift het model van Europa versus Amerika of China naar de concurrentie van steden als Brussel en Amsterdam met Seoel, Shanghai en New York. Metropolen zoals Tokyo of Londen zijn economische motoren. Het BNP van New York City is even groot als dat van India.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Steden zijn de toekomst. Als de 19de eeuw de eeuw van de natiestaat was, wordt de 21ste eeuw de tijd van metropolen. Het zijn de plaatsen waar creativiteit en innovatie bloeien en waar burger en politiek dicht bij elkaar staan.
Voor de eerste keer in de geschiedenis wonen er wereldwijd meer mensen in de stad dan op het platteland. Dat maakt van steden ook laboratoria van de samenleving, waar je een blik op de toekomst kan werpen. Het zijn de plaatsen waar creativiteit en innovatie bloeien en waar burger en politiek dicht bij elkaar staan. Ook de problemen zijn overal dezelfde: het verkeer, propere straten en open ruimten. Burgemeesters zijn daarom echte fixers. Ze lossen samenlevingsproblemen op13, steeds vaker los van partijgrenzen maar met een flinke dosis pragmatisme.
4
Arne Stoffels en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Van alle politici hebben burgemeesters de meeste reële macht. De grootste impact. Ze staan op het terrein en zien het instant effect van hun beleid. Ze krijgen feedback, gaan in dialoog met mensen en kunnen op korte termijn bijsturen en bijleren van mensen – en van elkaar. Voor hogere bestuursniveaus is dat anders. Ze staan verder af en hebben minder voelsprieten. Er is meer anonimiteit en dus ook minder verantwoordelijkheid. Ze blijven steken in wantrouwen en complexiteit.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Terug naar de kern

Een van de beste manieren om het richtingloos uitdijen van overheden tegen te gaan bestaat er in om de kerntaken opnieuw in het brandpunt van het debat te plaatsen en elke voorgestelde overheidsactiviteit of -ingreep aan die lijst van kerntaken te toetsen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Onbetwiste kerntaken zijn het innen van belastingen, zorgen voor infrastructuur, het creëren van een kader voor solidariteit, het organiseren van de democratie en de noodzakelijke voorwaarde van vrede en veiligheid in een samenleving. Daarom leggen we bijvoorbeeld in West-Europa het monopolie op ‘geweld’ bij de overheid en verbieden we het gebruik van geweld door burgers. Alleen politie en de krijgsmacht hebben het recht om de orde te handhaven en mensen van hun vrijheid te beroven. Ze doen dat in een democratie uiteraard niet ongecontroleerd. De parlementaire controle op de zogenaamde ‘gezagsdepartementen’ is cruciaal voor een gezond functionerende overheid.
2
Jo Robbelein en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.

Over de rijdende rechter en confetti-arresten

Ook een onafhankelijk werkende rechterlijke macht is van cruciaal belang. Het is een pijler van de rechtstaat die onze rechten en vrijheden moet vrijwaren. Dat is in deze sterk gemediatiseerde tijd niet zo evident. Zoals alle gevestigde instituten staat ook justitie onder druk. Onrecht, geweld en criminaliteit zijn – zeker ook door de invloed van sociale media – zeer nabij en tastbaar. We maken wat er wereldwijd gebeurt als het ware in real time mee. Dit soort verslaggeving drijft op emoties en speelt in op instant rechtvaardigheid, terwijl rechtspraak tijd, objectiviteit en woord en wederwoord nodig heeft.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Bas Heijne gaat in zijn essay ‘Moeten wij van elkaar houden’ op zoek naar manieren om het vertrouwen in de rechtstaat te herstellen. Hij zoekt een antwoord in herkenbaarheid, nabijheid en dialoog. Justitie zou dicht bij mensen moeten staan, een taal moeten spreken die mensen verstaan en er op wijzen dat dingen niet altijd zijn wat ze lijken. Uitleggen ook waarom algemene principes zo belangrijk zijn.
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
De organisatie van Justitie komt uit de 19de eeuw en past als instelling in de maatschappij van toen. Denk aan indrukwekkende ‘justitiepaleizen’ of aan de archaïsche klederdracht en pruiken van de hoogste rechtsprekers. Beiden hebben tot doel afstand te creëren en gezag uit te stralen. Precies die recepten werken vandaag niet meer. Uiteraard zijn objectiviteit en gezag nodig, maar die moeten voor de mondige burger in een mediamaatschappij blijken uit de feiten, en niet uit de architectuur of handelswijze. Heijne haalt het voorbeeld aan van populaire TV-programma’s zoals ‘Judge Judy’ of ‘De rijdende rechter’. Het gaat uiteraard om entertainment, maar ze drukken tegelijk ook een verlangen uit om het recht weer benaderbaar en herkenbaar te maken. Misschien moeten onze rechters meer de baan op om recht te spreken. Mensen aanvaarden gezag en een uitspraak, op voorwaarde dat er naar hen geluisterd is, en dat ze de argumenten voor een uitspraak ook begrijpen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Ook dat is een probleem met het recht vandaag. De moeilijke taal, de complexe regelgeving en schijnbaar oneindig rekbare procedures. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij de rechterlijke macht, maar ook en vooral bij de wetgevende macht. Als de politiek tal van regels en procedures maakt, moet ze het zich nadien niet beklagen dat burgers zich op die regels beroepen. Het bestaande kluwen creëert alleen maar verliezers: de burger die zich niet begrepen voelt, de politiek zelf en de rechterlijke macht die het verwijt krijgt wereldvreemd te zijn.
4
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
De oplossing ligt in de terugkeer naar principes in plaats van het eindeloos uitwerken van regels en procedures. Het is een illusie te denken dat we de steeds complexer wordende wereld bevattelijk kunnen maken door ze te beantwoorden met complexe regelgeving. De 10 geboden zijn zelfs vandaag nog steeds efficiënter dan 10.000 bladzijden met wetten.
2
Bertrand De Decker en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Zo’n mentaliteitsomslag kan, maar vereist in de eerste plaats discipline van politici die de regels maken. Helaas lijkt de oplossing voor problemen al te vaak méér regelgeving te zijn. Gecombineerd met het principe dat wie beslissingsmacht heeft ze ook graag gebruikt, leidt dit vaak tot absurde gevolgen. De discussie over de GAS-boetes is daar een mooi voorbeeld van. De Gemeentelijke Administratieve Sancties zijn eigenlijk bedoeld om straffeloosheid tegen te gaan en het gevoel van rechtvaardigheid te herstellen. Omdat een log en overbevraagd justitieapparaat geen prioriteit kon schenken aan ‘kleine overlast’, zouden gemeentebesturen zelf mogen ingrijpen. Het principe is duidelijk. Kleine overlast is ergerlijk en als er niet tegen wordt opgetreden, verzuurt de hele samenleving.
2
Christian Maes en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Toch kon men in enkele gemeenten niet aan de verleiding weerstaan om van een principe opnieuw een karikatuur van regels te maken. Er zijn voorbeelden te vinden van totaal krankzinnige ‘verbodsbepalingen’ die in plaats van verzuring tegen te gaan, tot nog meer onbegrip en gekanker leiden. Hoeft ook niet te verbazen als lokale politici per se willen controleren hoe groot de diameter van confetti is, of met hoeveel je op de glijbaan in het zwembad mag. Er bestaan zelfs reglementen die het verbieden om te volleyballen op een voetbalveld.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het komt er op aan een nieuw sociaal contract te sluiten. Tegenover minder belastingen en een eenvoudige overheid staat een geëngageerd burgerschap waar mensen zélf de handen uit de mouwen steken en problemen oplossen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Een nieuw sociaal contract

Van zoveel betutteling wordt een mens opstandig. De oplossing zal moeten vorm krijgen doordat beide kampen elkaar tegemoet komen. Beleidsmakers moeten de drang weerstaan om alles in regeltjes te willen gieten. Maar omgekeerd heeft het ook geen zin dat mensen voor elke prul een beroep doen op de overheid. Heel veel onzinnige verbodsbepalingen zijn overbodig als mensen zelf hun verantwoordelijkheid nemen en zich niet voor elke moeilijkheid in het samenleven tot de overheid richten.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Het komt er dus op aan een nieuw sociaal contract te sluiten.
We maken de overheid eenvoudiger en geven haar ook een andere rol. De overheid van de 21ste eeuw moet veel meer een platform dan een machine zijn. Ze doet minder zelf en maakt meer mogelijk. Ze is minder speler, maar meer scheidsrechter.
Een andere overheid verandert ook de rol van burgers. De eerste vraag is niet meer wat de overheid voor jou kan doen, maar wél wat jij zelf kan doen, ook voor de samenleving. Tegenover minder belastingen en een eenvoudige overheid staat een geëngageerd burgerschap waar mensen zélf de handen uit de mouwen steken en problemen oplossen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Het scheidsrechtermodel

Pleiten voor een nieuw sociaal contract vraagt een totaal andere rol van de staat.
In een complexe en veranderende samenleving die ontzettend veel mogelijkheden biedt, moet een overheid zélf minder ‘speler’ zijn en meer kansen laten aan mensen, organisaties en bedrijven. Een staat moet minder zelf doen, en meer dingen mogelijk maken.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Dat wil niet zeggen dat alles en iedereen zomaar zijn eigen gang kan gaan. Integendeel. Een samenleving heeft heldere, stabiele en eenvoudige spelregels nodig en die moeten ook worden nageleefd. Maar een overheid hoeft niet zelf op te treden, inititiatief te nemen en te beslissen. Vaak volstaat het om het kader te schetsen en er op toe te kijken dat de spelregels worden nageleefd. Dat is een kerntaak van een overheid.
Dat is zeker zo in de relatie tussen markten en de overheid. Het Europese mededingingsbeleid is een mooi voorbeeld van de overheid als scheidsrechter. Europa garandeert de voorwaarden die de meeste garantie bieden op eerlijke en goed functionerende markten – echte vrije markten. Want ze kiest in alle bewoordingen resoluut voor die échte vrije markt.
Ze plaatst concurrentie centraal en kiest op die manier voor correcte competitie en niet voor de macht van een of meerdere spelers. Monopolies, oligopolies, concurrentievervalsing en machtsconcentraties zijn uit den boze. Europa is de scheidsrechter wanneer marktspelers hun positie op die markt misbruiken of de regels die democratisch zijn opgesteld, niet naleven.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Zo’n overheid hebben we nodig. Ook op het vlak van de energie- of telecommarkt bijvoorbeeld moet de overheid zorgen voor eerlijke concurrentie. Dat is goed voor de consument, want die kan rekenen op dalende prijzen en een stijgende kwaliteit. Precies dat sluitstuk ontbrak én ontbreekt nog bij de financiële markten. De overheid die er als toezichthouder over waakt dat banken binnen hun opdrachten blijven opereren, dat ze de beste kwaliteit leveren en dat alles aan de beste voorwaarden voor hun klanten.
2
Jo Robbelein en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.

Een arrogante en stokoude gesprekspartner

De burger moet altijd centraal staan in de dienstverlening. Helaas zien overheden vandaag in de eerste plaats vooral zichzelf. Dat komt niet alleen omdat ze te veel zelf willen doen. Dat komt ook omdat ze vertrekken vanuit een fel verouderde hiërarchische benadering, van de top naar beneden.
Dat overheden vooral naar zichzelf kijken en te weinig naar de burgers, blijkt al uit het allereerste artikel van onze Grondwet. Onze Grondwet begint met de melding dat België een federale staat is, samengesteld uit Gemeenschappen en Gewesten. Het artikel werd door de jaren en staatshervormingen heen aangepast, maar de visie bleef die van de 19de eeuw: hiërarchisch en vertrekkend vanuit de instelling in plaats van uit mensen.
Meer in lijn met de veranderende samenleving en de rechtenrevolutie van de laatste decennia, zou het eerste artikel van onze Grondwet aan elke Belg het onvervreemdbare recht om in vrijheid over zijn of haar eigen leven te beschikken en het geluk na te jagen, moeten verankeren.
2
F. Matthysen en Alexandra D'Archambeau reageerden op deze paragraaf.
De oorspronkelijke 19de-eeuwse statelijke visie schemert in de gehele tekst van de Grondwet door. Artikel 24 bijvoorbeeld, begint met de organisatie van het onderwijs, en komt pas in de derde paragraaf toe aan het recht op onderwijs voor iedereen, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden.
In elk geval moet het uitgangspunt zijn dat een overheid er is voor de burger, en niet omgekeerd.
Die rechten en vrijheden zijn trouwens gerust aan een update toe. Want onze samenleving heeft heel wat culturele vooruitgang geboekt. Een positief signaal zou er in bestaan om vrijheden zoals het recht op abortus, euthanasie of het homohuwelijk in de Grondwet te verankeren. Anderzijds kunnen oude artikelen, zoals bijvoorbeeld de wijze van financiering van de erediensten, beter plaatsmaken voor nieuwe inzichten. En wat met de heel recente generatie rechten – het recht op een toegang tot internet bijvoorbeeld?
3
Arne Stoffels en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
In elk geval moet het uitgangspunt zijn dat een overheid er is voor de burger, en niet omgekeerd. Mensen moeten centraal staan. Elke vorm van contact tussen overheid en burger zou moeten uitgaan van de leefwereld van die laatste. Niet de burger moet proberen te begrijpen wat de overheid van hem wil. De overheid moet de burger leren begrijpen en vertrekken van de vraag hoe de burger een vlotte dienstverlening kan krijgen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Dat hoeft niet altijd grootscheepse hervormingen in te houden. Vaak volstaat het om een aantal processen om te draaien. In plaats van telkens opnieuw dezelfde informatie bij burgers op te vragen en hen te overladen met formulieren, zouden overheden altijd eerst zelf moeten kijken over welke informatie ze zelf reeds beschikken.
Het omkeren van procedures kan daarenboven heel wat ergernissen uit de weg ruimen. Bij het aanvragen van een vergunning, zou het laten verlopen van een termijn door de overheid automatisch tot een goedgekeurde vergunning moeten leiden. Nu leidt dat automatisch tot een afwijzing, terwijl het uiteraard de overheid is die de zichzelf opgelegde termijn niet kan respecteren.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.
Dergelijke aanpassingen lijken misschien op het eerste gezicht druppels op een hete plaat. Maar futiel zijn ze allerminst. Het gaat, opnieuw, om een noodzakelijke mentaliteitsomslag, de blik op het heden en de toekomst gericht. Eenvoud gaat niet alleen om de manier waarop je de zaken voorstelt. Eenvoud gaat over je aanpassen aan menselijk gedrag. Eens overheden dat onder de knie hebben, kunnen ze er ook voor zorgen dat regels op zichzelf voor meer geluk en minder ergernis zorgen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Wat zijn de kosten en wat zijn de baten? Wat is de echte impact op het dagelijkse leven van mensen?
Niets zou daarom aan meer onderzoek en overweging moeten worden onderworpen dan het creëren van een regel. Wat zijn de kosten en wat zijn de baten? Wat is de echte impact op het dagelijkse leven van mensen? Het is net als met het gezegde “elke euro twee keer omdraaien voor je die uitgeeft.” Door jezelf steeds te verplichten die keuze bewust te maken en die te verantwoorden, verhoog je de drempel voor impulsieve en foute regels en wetten.
In de Verenigde Staten heeft het White House Office of Information and Regulatory Affairs (OIRA) eenvoud centraal gesteld in zijn werking.
Het OIRA kiest resoluut voor kleine eenvoudige en veelal goedkope benaderingen voor problemen. Ze werkt ideeën uit die mensen op een elegante manier een duwtje – een nudge – in de juiste richting geven.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Zo is in restaurants of cafetaria’s met zelfbediening de volgorde van de verschillende maaltijden bepalend voor de keuze van mensen. Door kleine ingrepen in schoolkantines, kiezen leerlingen zo vrijwel onbewust vaker voor gezonde voeding. Ook de manier van voorstellen maakt een wereld van verschil. Mensen grijpen vaker naar een chocomousse die 90 procent vetvrij is, dan naar een dessert waar op staat dat het 10 procent vet bevat. En als je iets écht wil mogelijk maken, moet je het als regel automatisch laten gebeuren, met de mogelijkheid voor mensen om ‘niet mee te doen’ (opt-out). Het omgekeerde – een opt-in - leidt tot merkelijk minder resultaat. Uiteraard geldt bij onwenselijke maatregelen precies de omgekeerde logica.
Nudges spelen in op de manier waarop ons brein onbewust en bewust keuzes maakt. Het hangt van de context af of ze best inspelen op onze inertie, of net op onze impulsiviteit. De beste nudges zijn diegene die inspanningen van de burger overbodig maken. Het zijn nudges die overheden aanzetten tot automatisering van processen wanneer dat kan zonder initiatief van de burger te vragen. Ook in het Verenigd Koninkrijk maken overheden meer en meer gebruik van nieuwe wetenschappelijke inzichten in menselijk gedrag. Nu er ook in Vlaanderen een heel pakket aan nieuwe bevoegdheden moet worden uitgewerkt, is het zinvol om die expertise aan te spreken zodat we meer resultaat kunnen bereiken met minder regels.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Van monddood naar upload

Ondernemingen hebben naast het inzetten van dure onderzoeksbureaus een nieuwe manier ontdekt om hun doelgroep beter te leren kennen. Ze vragen het hen gewoon zelf. Monologen (reclame) moeten stilaan het podium delen met dialogen (sociale netwerken). Die evolutie is niet alleen maar het gevolg van marktdruk. Het zijn de burgers zelf die zich niet zomaar neerleggen bij ontoereikende producten en diensten. Ze stellen elkaar op de hoogte van hun ongenoegen én van hun tevredenheid, en worden de maat waarmee de prestaties van een bedrijf worden gemeten.
Er is iets fundamenteels aan menselijk gedrag dat dialoog in de kaart speelt. Hoelang houden we een gesprekspartner op een feestje gezelschap wanneer die voortdurend over zichzelf praat en onze suggesties negeert? Dialogen drijven op respect. Ze scheppen het begin van een vertrouwensband.
1
Jo Robbelein reageerde op deze paragraaf.
Sedert de jaren ’90 zijn verschillende studies aan de oppervlakte gekomen die het belang van wederzijdse communicatie onderstrepen om sociale dilemma’s te overstijgen en samenwerking te bevorderen14. Talk is not cheap, dus – in tegenstelling tot wat klassieke economen decennialang dachten.
De 21ste-eeuwse communicatietechnologieën en -diensten zijn er niet alleen gekomen omdat het internet stoelt op een netwerkprincipe tussen servers en computers. Het gaat steeds vaker om een bewuste keuze voor dat horizontale netwerkprincipe. Stuk voor stuk nemen deze diensten de vorm van platformen aan, waarop mensen vrijuit met elkaar in interactie kunnen treden. En net in die interactie zit net de meerwaarde voor de gebruiker, en dus ook voor het platform in kwestie.
Terwijl de samenleving fundamenteel verandert en een horizontale vorm aanneemt, doen overheden precies het omgekeerde. Ze zien zichzelf nog steeds als eenzijdig producent. Ze gaan mee in complexiteit. Ze voeden de dialoog niet. Overheden zijn te veel machine, te weinig platform. Maar aan dat tijdperk komt onvermijdelijk een einde. Ook overheden zullen zich moeten aanpassen, willen ze hun legitimiteit vrijwaren.
En er schuilt een pak meerwaarde in onze samenleving als overheden de stap naar de 21ste eeuw zetten. Zij moeten niet alleen zelf beter met burgers communiceren, maar ook – en vooral – burgers toelaten met elkaar te communiceren. De klok slaat bijna twaalf uur voor organisaties die arrogante gesprekspartners zijn. De dag breekt aan voor organisaties die platformen zijn waarop betrokken burgers aan het stuur zitten.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Waar gaat mijn geld heen?

Openheid en transparantie zijn niet alleen vanuit een ethisch perspectief belangrijk. Ze zijn kostbaar goed voor een samenleving. Iedereen die ooit is gaan solliciteren of die iets aan de man moet brengen weet hoe belangrijk een reputatie is. De complexiteit en ondoorzichtigheid van overheden is daarom een fundamenteel hiaat in een democratie. Ze is deels gegroeid vanuit wantrouwen, en ze is er deels de oorzaak van.
2
Caroline van den Donk en Arne Stoffels reageerden op deze paragraaf.
Digitalisering laat toe déze ratelaar radicaal om te gooien. Meer nog, dat gebeurt al. Of liever, burgers doen het al. Net zoals ze het machtsveld van ondernemingen ondergraven door met elkaar te communiceren en hun stem te laten horen, nemen ze ook steeds vaker initiatieven om overheden op hun tekortkomingen te wijzen. Technologie en burgerschap versplinteren macht.
De webpagina http://www.wheredoesmymoneygo.org bevat tal van overzichtelijke infographics, feiten en figuren over wat er met belastinggeld gebeurt. De webstek biedt een begrijpelijk en transparant overzicht van de publieke uitgaven in het Verenigd Koninkrijk. Het is een initiatief van de “Open Knowledge Foundation.” Ze wonnen in 2008 een wedstrijd onder de noemer ‘toon ons hoe het beter kan.’ Het resultaat is een politiek neutraal, gebruiksvriendelijk en volledig open instrument dat uitlegt wie hoeveel betaalt en waar je belastinggeld naartoe gaat.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Overal ter wereld schieten soortgelijke initiatieven als paddenstoelen uit de grond. De Amerikaanse belastingbetaler kan terecht op de site “Where did my tax dollars go”, de Nederlandse burger kan surfen naar “De nationale begrotingswijzer”. De Nederlandse gemeente Dronten liet via dit platform haar burgers meedenken over noodzakelijke bezuinigingen op de begroting van de gemeente. Dat is fiscale transparantie ten top. En het is democratie ten top15.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
We kunnen inspraak heel tastbaar maken, door mensen de vrijheid te geven om zelf een bepaald percentage van hun belastingen toe te wijzen.
1
Gilbert Sartoris reageerde op deze paragraaf.
We kunnen inspraak ook heel tastbaar maken, door mensen de vrijheid te geven om zelf een bepaald percentage van hun belastingen toe te wijzen. Het gaat niet om een verplichting, maar om een keuze die de betrokkenheid bij de samenleving groter maakt. De idee bestaat al langer, maar wordt in dit digitale tijdperk met steeds meer elektronische aangiftes langzaam maar zeker ook daadwerkelijk haalbaar.
9
Arne Stoffels en 7 anderen reageerden op deze paragraaf.
Met open data - het openstellen, hergebruiken en herverdelen van overheidsinformatie – geeft de overheid burgers en ook ondernemingen niet alleen informatie, maar herstelt ze meteen ook een stuk van het participatieve speelveld. In de 21ste eeuw geven overheden hun controle best voor een (groot) stuk op. In ruil voor die openheid krijgen ze sterkere burgers en een hechter sociaal contract in de plaats.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Democratie 2.0.

Open data gaat over meer transparantie. Over meer duidelijkheid inzake de besteding van schaarse publieke middelen. Open data gaat om inspraak. En zelfs om participatie. Open data kunnen de democratie naar een hoger niveau tillen.
Openheid en transparantie zijn cruciaal om vertrouwen te verkrijgen en te behouden. Corruptie bij administraties kan door actieve burgers worden blootgelegd. Want zonlicht is het beste ontsmettingsmiddel. Open government is geen verre toekomstmuziek. De Obama-administratie heeft al een platform in stelling gebracht16. En ze reikt de hand naar andere overheden om datzelfde engagement te volgen. From commitment to action. 17
Open data gaat verder dan gebruiksrecht toestaan. Het principe laat expliciet toe dat burgers en ondernemingen de gegevens op hun beurt mogen delen en hergebruiken.
Dat schept andere perspectieven voor de heropleving van democratie en voor het aanboren van nieuwe, open en eerlijke markten – want iedereen strijdt met dezelfde gratis grondstoffen.
Maar het gaat er ook om geen nieuwe digitale kloof te laten ontstaan. Net door de duizelingwekkende groei van beschikbare gegevens is er een wig gedreven tussen informatie en kennis. In 1982 al schreef John Naisbitt in Megatrends de profetische zin
“We will be drowning in information, and starved of knowledge.”
“Big data” is momenteel enkel aantrekkelijk voor ondernemingen die de slagkracht hebben om ze op te kopen en er allerlei modellen en algoritmes op los te laten, speurend naar de goudstukjes tussen het gruis. Burgers daarentegen voelen zich maar al te vaak overstelpt door de indrukwekkende lawine aan ongeordende informatie die dagelijks op hen afkomt, en haken op den duur gewoon af. Dat is nefast voor henzelf én voor de samenleving in zijn geheel.
Open data herstellen dat hellend vlak voor een stuk. Niet iedereen zal de motivatie aan de dag leggen om aan de slag te gaan met open overheidsinformatie. Maar dat hoeft ook niet. Drie bollebozen met een internetverbinding, een gezonde dosis creativiteit en een sterk idee kunnen met open data toepassingen bouwen die op kunnen tornen tegen die van de allergrootste ondernemingen. Ook dat is de horizontale netwerksamenleving.
Want het potentieel dat in open data schuilt is groot, erg groot. Enorme volumes wetenschappelijke, technologische en medische gegevens in handen van universiteiten, banken, instituten voor de statistiek, ngo’s, weerstations, musea en absoluut ook overheidsinstellingen zijn zo goed als onbetaalbaar als ze ter beschikking worden gesteld van journalisten, studenten, wetenschappers, ontwikkelaars van nieuwe internetapplicaties en, niet in het minst, alle burgers en consumenten. Open data kunnen het postindustriële tijdperk een enorme sprong voorwaarts bezorgen.
3
Jo Robbelein en 2 anderen reageerden op deze paragraaf.

Babelse democratie

Kunnen we het hebben over verandering, over aanpassing, over een nieuwe rol voor de overheid en over geëngageerde burgers zonder de democratie en de politiek in vraag te stellen? Absoluut niet. De vraag is niet zozeer aan de orde of de democratie als algemeen begrip op de limieten van haar effectiviteit aan het botsen is. De vraag is eerder welke democratie we willen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
De invoering van de vertegenwoordigende democratie – dat is besturen voor het volk, door verkozenen van het volk – is een product van de Verlichting. Ze is er in essentie gekomen omdat oorlogen, revoluties en maatschappelijke omwentelingen vaak niet het politieke eindbeslag kregen dat meer vrijheid en rechtvaardigheid opleverde. Integendeel, al te vaak werden de veelzijdige en vaak tegenstrijdige motieven die een revolutie stuwen uiteindelijk gekaapt door één strekking. En dus verving een revolutie in de meeste gevallen de ene absolute heerser door de andere.
1
carolina stevens reageerde op deze paragraaf.
Maar ook de twintigste eeuw staat bol van voorbeelden die aantonen dat de installatie van een absoluut heerser altijd leidt tot ontsporing. Alleenheerschappij geeft in eerste instantie de illusie van het voordeel van de duidelijkheid. De ontnuchtering en de absolute chaos zijn voor later. Maar gebeuren doet het altijd.
Onder een sluitende democratische koepel is zo’n abrupte ontsporing onmogelijk. Ook hier heeft de medaille twee kanten. Kiezen voor democratie is kiezen voor geleidelijkheid, maar ook voor onduidelijkheid. Alles is er op afgestemd om impulsieve beslissingen en de gevolgen ervan in te wisselen voor meer nuance.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Bij stelsels waar één partij de meerderheid en dus het bestuur wordt toebedeeld (winner takes all stelsels zoals de Angelsaksische) zijn remmen ingebouwd om een zeker evenwicht op de rails te houden. De checks & balances liggen bij een scheiding van machten, voornamelijk bij het tegengewicht van een parlement dat altijd een zekere afspiegeling van de bestaande maatschappelijke diversiteit is.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Meerpartijenstelsels leiden dan weer, zeker in de naoorlogse geschiedenis, tot coalities. De botsing van meningen en ideeën moet dus door de blender van het compromis, van de consensus. Besluitvorming weerspiegelt zelden of nooit één overtuiging. Alle overtuigingen die deelnemen aan het bestuur worden getemperd.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Over inspraak, participatie en beslissingsmacht.

Beide soorten democratische stelsels liggen onder vuur omdat het hen vaak aan daadkracht ontbreekt. In de VS zien we dat het tweepartijensysteem leidt tot patstellingen (zie de Fiscal Cliff en de Sequester) omdat niemand nog kan of wil uit de eigen ideologische kooi breken – of omdat de hele beweging gegijzeld wordt door een interne zweepgroep met de hardste ideologische lijn.
Het consensusmodel leidt ook tot trage besluitvorming. Het duurt even voor iedereen de sprong wil en kan wagen, met vooral heel wat voorafgaande, bijna tribale signalen naar de achterban en de kiezer tot gevolg. Maar die signalen vooraf stroken zelden met de uitkomst achteraf. Geen wonder dat het compromis in een slecht daglicht komt te staan.
Het klinkt als een utopie binnen de politieke zeden en gewoonten die we vandaag kennen, maar de politiek zou beter af zijn als partijen voor de verkiezingen positieve allianties zouden kunnen sluiten. Waarbij ze ook erkennen wat hen bindt, in plaats van steeds maar te benadrukken wat hen onderscheidt. Waarbij men een alliantie sluit voor een beperkt maar duidelijk aantal doelstellingen die men gezamenlijk wil realiseren, die belangrijk genoeg zijn om ze tot de inzet van de verkiezingen te maken, en waarmee men naar de kiezer trekt. Want de kiezer is slim genoeg om te weten dat wie het eens is over hetgeen hen verbindt, ook verstandig genoeg is om tot goede akkoorden te komen over hetgeen waarover men een verschillende visie heeft. Het politieke klimaat is er op dit ogenblik misschien niet naar, maar moest zo’n denkoefening ooit werkelijkheid worden, dan kunnen we komaf maken met versnippering en de kiezer de duidelijkheid geven waar hij al zo lang om vraagt.
5
Arne Stoffels en 4 anderen reageerden op deze paragraaf.
Want ook de verlangens van de kiezer zijn geëvolueerd. Ze zijn gediversifieerd, net als de maatschappij. Iemand kan in zijn rol als werknemer van de politieke bestuurders een sterk sociaal beleid wensen. Maar diezelfde persoon kan evengoed een hard immigratiebeleid voorstaan. Iemand kan tegelijkertijd voorstander zijn van degressieve werkloosheidsuitkeringen én van een uitgebreid ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Zoals we al zagen: burgers organiseren zich in steeds veelzijdiger en lossere verbanden. Dat komt omdat inspraak voor hen niet meer volstaat. Het uitbrengen van een stem volstaat voor hen niet altijd meer. Burgers hebben de smaak van de participatie te pakken.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Betrokkenheid en participatie zijn belangrijke bouwstenen voor een open samenleving.
1
manon.deleeuw@skynet.be de leeuw reageerde op deze paragraaf.
Maar er schuilt ook een gevaar in wanneer die betrokkenheid groeit uit het huidige klimaat van wantrouwen en onzekerheid. Doordat burgers al te lang zijn gereduceerd tot passieve spelers in democratische processen sterft het sociaal dier in ons een beetje af. Er heerst daarom vaak een conservatieve betrokkenheid. Verhinderen in plaats van oplossingsgericht meedenken. Het NIMBY-fenomeen waarbij we vooral het particuliere belang met hand en tand verdedigen is hiervan het resultaat.
2
Arne Stoffels en David Vandenberghe reageerden op deze paragraaf.
De consultaties en beroepsprocedures in onze regelgeving zijn zo talrijk dat de slinger te ver lijkt doorgeslagen. Wie gedreven is, zijn weg kent en bereid is om door te zetten, kan op legitieme wijze de eigen particuliere inzet laten primeren op het algemeen belang. Op die manier wordt het steeds moeilijker om projecten te realiseren. Op het eerste zicht lijken onverdraagzaamheid en verzuring te zegevieren. Zo wordt het steeds moeilijker om een geschikte plaats te vinden voor een kindercrèche of een speeltuin, omdat spelende kinderen voor ‘geluidsoverlast’ zouden zorgen. Activiteiten die plaats innemen en volk op de been brengen botsen veelal op een njet van de buurt die klanten wil, of meer nachtrust nodig heeft. En grote mobiliteitsprojecten geraken niet uit het moeras van procedures, waardoor we uiteindelijk allemaal letterlijk en figuurlijk stilstaan.
2
Arne Stoffels en Bertrand De Decker reageerden op deze paragraaf.
Toch kan je mensen eigenlijk niet kwalijk nemen dat ze de regels kennen en toepassen. En als politici complexe en overdreven verbodsbepalingen stemmen, moeten ze niet verbaasd zijn dat mensen zich er ook op beroepen. En zo is er altijd wel een regeltje waarop iemand zich kan beroepen om initiatieven tegen te houden.
De oplossing ligt in een terugkeer naar principes in plaats van uitgewerkte regels. Die geven ruimte voor beoordeling, overleg en inschatting van een situatie. Op die manier moeten mensen met tegengestelde belangen overleggen in plaats van verbodsbepalingen uit te pluizen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Maar even belangrijk is het herstel van de democratie en het primaat van de politiek. Consultatie- en inspraakprocedures dienen om het draagvlak groter te maken, niet om besluitvorming eindeloos te rekken. Na inspraak moet uitspraak volgen. Dat wil zeggen dat procedures redelijk en eindig zijn. Dat wil ook zeggen dat we moeten stoppen om de beslissingsverantwoordelijkheid af te wentelen op de administratie, of op commissies en raden. Vooral Vlaanderen is te ambtelijk. Alle grote dossiers zitten geblokkeerd in procedures, of in de administratieve molens. Er wordt veel vergaderd en weinig beslist. Er worden veel studies gemaakt en werkgroepen opgericht. Het lijkt een eindeloze administratieve molen die nooit stopt met draaien. Zo een model ondermijnt de democratie.
2
Arne Stoffels en Hannes Devos reageerden op deze paragraaf.
Het zou goed zijn om de macht om knopen door te hakken opnieuw bij het parlement te leggen.
2
Arne Stoffels en Van Grootel Carlo reageerden op deze paragraaf.
Inspraak en participatie zijn goed en nodig om een draagvlak te vergroten. Maar uiteindelijk is het aan de politiek om te belissen. Het zou goed zijn om de macht om knopen door te hakken opnieuw bij het parlement te leggen. Over grote projecten kan dan bijvoorbeeld na afloop van procedures en overleg gewoon worden gestemd. Volksvertegenwoordigers kunnen zo na afloop van de consultatierondes beslissen om projecten te realiseren. Met een heldere ja of neen-stem in het parlement kom je tot uitspraak en nadien ook uitvoerbaarheid van projecten. De wetgevende macht is de eerste macht, die rechtstreeks door mensen is gekozen om beslissingen te nemen. Laat dat opnieuw gebeuren. Niet alleen in parlementen, maar ook in gemeenteraden bijvoorbeeld. Zodat iedereen kan zien welk standpunt door welke vertegenwoordiger wordt ingenomen. Voor of tegen een kermis in de stad. Voor of tegen een crèche in de buurt. Alle vragen waarvoor vergunningen moeten worden afgeleverd, zouden op die manier een democratisch beslissingmoment en dus eindpunt – of beter gezegd een startmoment - kennen.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.

Het Belgisch model. Over herten en taalgrenzen.

Wanneer een kudde herten ergens neerstrijkt om te grazen, lijkt het steeds alsof er één leider is, die het signaal geeft om zich te verplaatsen naar een dichtbij gelegen waterplas waar de dieren zich kunnen laven. Observaties hebben deze gangbare, conventionele opvatting op een verrassende manier onderuit gehaald.
Biologen hebben namelijk ontdekt dat herten op democratische wijze “stemmen” over deze beslissing. Sommige dieren zetten zich rechtop, anderen beginnen ter plaatse te trappelen, nog anderen kantelen hun kop in een bepaalde richting. Maar pas wanneer een meerderheid (tussen de 51 en de 60%) van de herten heeft aangegeven het eens te zijn met de beslissing om zich te verplaatsen, zet de kudde zich in gang.
2
Arne Stoffels en Herbert Hoornaert reageerden op deze paragraaf.
De wetenschappers Larissa Conradt en Timothy Rope verklaren in hun werk Consensus Decision Making in Animals dit democratische gedrag.
Vele diersoorten hebben ontdekt dat democratie tot minder extreme uitkomsten en beslissingen leidt. Ze zijn minder impulsief wanneer ze democratisch beslissen dan wanneer iedereen zich onderwerpt aan één leider.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Vele diersoorten hebben ontdekt dat democratie tot minder extreme uitkomsten en beslissingen leidt.
Een van de problemen van ons land, is dat een dergelijk eenvoudig meerderheidsprincipe ontbreekt. Dat komt omdat wij bovenop de klassieke remmende aspecten van representatieve democratieën een extra laag complexiteit aan de Belgische politieke matrix hebben toegevoegd: we hebben onze burgers opgedeeld in groepen op basis van taal.
Het heeft ertoe geleid dat het Belgische niveau geen echte ‘Belgische’ bestuurslaag is, maar wel een moeilijk samenspel tussen Vlamingen en Franstaligen.
In de Kamer van Volksvertegenwoordigers en in de regering ben je éérst Vlaming en dan pas liberaal of socialist bijvoorbeeld. De ideologische overtuiging is ondergeschikt aan de taalgemeenschap en dat is in feite niet erg logisch.
4
Arne Stoffels en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Het werkt ook niet bijzonder goed. Telkens weer ontstaat op zijn minst de indruk dat taalkundige verschillen de koers van het land bepalen. Terwijl er nochtans heel wat andere breuklijnen zijn die minstens even bepalend zijn. In het verleden was de breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen van groot belang. Vandaag duikt op de economische as de links-rechts tegenstelling opnieuw op. De overtuiging dat in Franstalig België alle partijen zich eerder op de linkerzijde bewegen, is even absurd als onjuist.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Als liberalen willen we een einde maken aan het slepend immobilisme door afscheid te nemen van de confederale mythe. Wij kiezen voor een federaal België met een sterk Vlaanderen, Wallonië en Brussel.
4
Arne Stoffels en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
Als liberalen willen we een einde maken aan het slepend immobilisme door definitief afscheid te nemen van de confederale mythe. Confederalisme betekent immers dat je het land eerst splitst om daarna samen te werken als onafhankelijke staten. Maar als je het land niet wil splitsen, waarom zou je dan een term gebruiken die dat wel suggereert? Wij kiezen voor een federaal België met een sterk Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Dat betekent dat we het zwaartepunt van de besluitvorming met duidelijke en samenhangende bevoegdheidspakketten naar de regio’s verschuiven. Wie toch pleit voor confederalisme trekt de ieder-voor-zich logica helemaal door en splitst het land in drie onafhankelijke regio’s.
7
Arne Stoffels en 6 anderen reageerden op deze paragraaf.
In dat scenario wordt Brussel – toch de hoofdstad van Europa, een internationaal diplomatiek knooppunt en een sterke economische motor – officieel het buitenland. Met een eigen bestuur en met eigen keuzes. Die keuze kan dan zelfs een Brussels-Waalse Unie zijn, of het overnemen van de naam ‘België’. Deze piste is niet alleen praktisch quasi onhaalbaar; het is ook economisch erg onzinnig en onwenselijk om ons los te koppelen van België of Brussel. Wij kiezen voor federalisme en houden het Belgische niveau.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Je moet het wel beter doen werken. Dat kan bijvoorbeeld door zaken die we op Belgisch niveau beslissen, meer op basis van het meerderheidsprincipe te organiseren. Dat wil zeggen dat meerderheden ideologisch gevormd worden op basis van overtuiging in plaats van op communautaire basis. Dat wil ook zeggen dat er een kieskring kan komen die minstens een deel van de vertegenwoordigers over het hele grondgebied aanduidt. Of dat een regering niet noodzakelijk een meerderheid moet hebben in beide taalgroepen in het parlement. Of dat ze niet noodzakelijk uit evenveel Vlaamse als Franstalige ministers moet bestaan, maar wel uit vertegenwoordigers van de inhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Alle ministers zouden wel minstens behoorlijk twee- en zelfs drietalig moeten zijn, dat spreekt voor zich. Ook Engels is in Europees verband vandaag immers onmisbaar.
4
Arne Stoffels en 3 anderen reageerden op deze paragraaf.
We hebben een echt federaal democratisch stelsel nodig dat de inhoudelijke mening van alle burgers in dit land reflecteert. Met partijen en politici die door elke burger kunnen worden beoordeeld, waar ze ook wonen. Met een model dat vooral volgens strekkingen, overtuigingen en ideeën is opgebouwd. Op die manier zuiveren we een in wezen minder bepalende factor – taalverschillen - van het huidige immobilisme weg uit het democratische proces. Dat is écht federalisme. Dat is echt kiezen voor transparantie en stabiliteit. Dat is kiezen voor democratie en vooruitgang.
10
Arne Stoffels en 8 anderen reageerden op deze paragraaf.

Voor Europa!

Het huidige model met blokkeringsmechanismes en grendels die de democratische besluitvorming vertragen, is de veruitwendiging van wantrouwen en onbegrip. Het gaat uit van tegenwerking in plaats van samenwerking. Dat is misschien te verklaren om historische redenen, maar het is niet zinvol in deze tijd van globalisering en internationalisering. De weg uit de crisis bijvoorbeeld, vinden we niet door kleiner te worden of ons in onszelf op te sluiten, maar wel door samen te werken in eigen land, in Europa en in een internationale context. Als we willen overleven, moeten we samenwerken.
1
Arne Stoffels reageerde op deze paragraaf.
Daarom zetten we ook steeds verder stappen op weg naar internationale samenwerking. Daarom is het handelsakkoord tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie zo cruciaal. Daarom worden internationale organisaties zoals het Internationaal Monetair Fonds of samenwerkingsverbanden zoals de G8 en G20 steeds belangrijker. Als we als mensen de strijd met honger, ziekte, oorlog en de klimaatproblemen willen aangaan, is samenwerking op internationaal niveau onontbeerlijk. Globale problemen vragen om globale oplossingen.
2
Arne Stoffels en David Vandenberghe reageerden op deze paragraaf.
Ook de Europese Unie moet verder op het federale spoor. Als we mensen volledig of eenzijdig blijven vereenzelvigen met hun nationaliteit of taal kan het Europese project niet slagen. Er moet een gemeenschappelijke – ‘communautaire’ – dynamiek ontstaan die komaf maakt met het hokjes-denken of weegschaalpolitiek. Dus ook in het Europese parlement moet op termijn – minstens gedeeltelijk - een echte federale parlementaire logica worden ingevoerd, met een Europese kieskring, waarbij we kiezen op basis van overtuigingen in plaats van op nationaliteit.
5
Arne Stoffels en 4 anderen reageerden op deze paragraaf.
Europa heeft een ‘Europese dimensie’ nodig die verder gaat dan de economie of een technocratie. Dat wist Jean Monnet, de grondlegger van de Europese Unie, ook al. Aan het eind van zijn leven in 1979, zei hij dat als hij opnieuw zou kunnen beginnen, hij zou beginnen met… cultuur. Dat wil zeggen met een Europees gevoel van geëngageerd burgerschap.
2
Arne Stoffels en David Vandenberghe reageerden op deze paragraaf.

Referenties

11. Thomas Friedman, 2011
12. Plateautheorie van Peacock & Wiseman (1951). Bevestigd voor ons land in een studie uit 2011 van Vives en de KULeuven.
13. Benjamin Barber, If mayors ruled the world.
15. Zie ook Government Spending Watch: http://www.oxfamblogs.org/fp2p/?p=14361 en http://www.gapminder.org
Inhoudstafel Lees verder